- Clarence Seedorf (396 competitieduels)
Drie jaar Internazionale, tien jaar AC Milan. Bij de tweede club in Milaan werd hij de eerste speler ooit met drie Champions League-winsten. Dat werden er uiteindelijk vier en er is nog altijd geen Nederlander die hem dat kan nazeggen. Na tien jaar mocht hij transfervrij vertrekken op 36-jarige leeftijd. Hij ging voetballen bij Botafogo na een zeer succesvol tijdperk bij AC Milan. Als trainer hield hij het beduidend minder lang vol bij AC: in 2014 was hij, als eerste Nederlandse trainer in de Serie A ooit, vijf maanden eindverantwoordelijke.
- Aron Winter (199 competitieduels)
Bij Nederlanders in de Serie A gaat de aandacht vaak uit naar de succesvolle tijden van De Grote Drie bij AC Milan. Maar ook Winter heeft de nodige wedstrijden gespeeld in Italië. Lazio Roma betaalde in 1992 zeven miljoen voor de Nederlander, nadat hij de UEFA Cup met Ajax had gewonnen. Later trok Internazionale de geboren Surinamer aan. Met die club won hij wederom de UEFA Cup, waarna hij een seizoen later ook vertrok. Winter keerde na bijna tweehonderd Serie A-duels terug naar Amsterdam.
- Edgar Davids (192 competitieduels)
Welke spelers kunnen zeggen dat ze bij Internazionale, Juventus én AC Milan hebben gevoetbald? Je komt in het rijtje van Giuseppe Meazza, Aldo Serena, Roberto Baggio, Christian Vieri, Patrick Vieira, Zlatan Ibrahimovic en Andrea Pirlo. En ook Davids. Zijn tijdperk bij Juventus was enorm succesvol, met onder meer drie Serie A-titels. Zijn periodes in Milaan, verdeeld over twee clubs, waren een stuk minder succesvol. Hij kwam amper aan spelen toe en won een stuk minder prijzen. De Pitbull paste blijkbaar het beste bij De Oude Dame.
- Ruud Gullit (178 competitieduels)
Het eerste lid van De Grote Drie in dit rijtje. Na een moeizaam begin werd de aanvaller in dienst van Milaan meermaals uitgekozen tot Wereldvoetballer van het jaar. In totaal won Gullit een karrevracht een prijzen in het roodzwart. Zijn meest productie Serie A-seizoen was overigens niet in dienst van Milan, maar bij Sampdoria. De vijftien treffers die hij daar maakte, overtrof hij niet meer. Hoewel zijn tijdperk in Italië enorm succesvol was, keerde hij er als trainer nooit terug, zoals Seedorf dat wel deed.
- Marco van Basten (142 competitieduels)
De enige speler in dit tijdje die maar voor één club in Italië speelde. San Marco maakte furore in de spits van AC Milan. Hij had nog veel meer duels kunnen spelen, als hij niet op dertigjarige leeftijd had moeten stoppen met voetbal. In zijn begintijd bij de Rossoneri had hij bovendien ook de nodige last van zijn enkels. Desondanks won AC Milan in het eerste jaar na de komst van Van Basten wel de eerste landstitel in negen jaar en groeide het elftal met de spits uit tot Gli Immortali (de onsterfelijken). Het wordt nog altijd gezien als misschien wel het beste Milan ooit, waarin Van Basten zich in 1992 kroonde tot Europees voetballer van het jaar en Wereldvoetballer van het jaar.

