Van hogeschoolvoetbal was bij deze kraker in de openingsfase zeker geen sprake, van strijd des te meer. Scheidsrechter Wolfgang Stark had zijn handen vol aan de duels die met name Walter Samuel en Didier Drogba uitvochten met elkaar. Ook waren er al snel de nodige opstootjes. Het eerste wapenfeit op voetbalgebied viel na elf minuten te noteren. Michael Ballack schoof de bal van even buiten de zestien net naast het doel van Julio Cesar.
Met de 2-1 achterstand in het achterhoofd probeerde Chelsea binnen het halfuur tot een goal te komen, maar verder dan een door Maicon geblokt schot van Drogba kwamen de Londenaren niet. Bij een vrije trap van Alex ging het publiek er eens goed voor zitten, maar de oud-PSV'er schoot de bal huizenhoog over. Inter was via Samuel Eto'o nog het dichtst bij een eerste treffer, maar de aanvaller kopte de bal naast van dichtbij. Vlak voor rust leek Chelsea toch de leiding te nemen. Nicolas Anelka had echter te veel tijd nodig om Cesar te verrassen.
In het tweede bedrijf drong Chelsea steeds meer aan en kreeg het via Florent Malouda een aardige mogelijkheid na 55 minuten. De Fransman schoot venijnig richting korte hoek, maar Cesar lette goed op. Inter profiteerde dankbaar van de geboden ruimte. Vooral Wesley Sneijder was bij tijd en wijlen weergaloos. Zo zette hij Goran Pandev met een fraai hakje voor de keeper, bracht hij Diego Milito met een slimme stiftbal in stelling en schotelde hij Thiago Motta een prima kopkans voor.
In de 78e minuut leverde de goede vorm van Sneijder wel een goal op. Met een splijtende pass zette hij Eto'o één op één met Ross Turnbull. De man uit Kameroen nam één keer aan en vond met de wreef de linkerhoek. Het bleek de genadeklap voor Chelsea. Inter, dat haar defensieve zaakjes met Lucio en Samuel prima op orde had, ging met een spits minder spelen en kwam niet meer in de problemen. Dit tot frustratie van Drogba, die vlak voor tijd rood kreeg wegens natrappen bij Motta.

