Natuurlijk kun je dit zo'n meisje niet kwalijk nemen. Want zij wordt door ervaren professionals, vermoedelijk mede op basis van meegebrachte poëzie-albums, een volgzame houding en een leuke oogopslag, aangenomen. Maar het strekt volgens mij wel tot aanbeveling als je in de rol van persvoorlichtster/woordvoerster van de nationale voetbalbond, niet alleen op basis van je titel maar ook met materiekennis, zaken naar buiten kan brengen.
Wat was ik verbaasd toen ik Marloes' commentaar op de nevenwerkzaamheden van scheidsrechter Bas Nijhuis onder ogen kreeg. Nijhuis die zich in een regionaal tv-programma als FC Twente-specialist uitgeeft en daardoor -vooral in Amsterdam en Eindhoven- totaal niet meer geloofwaardig is. Dat de scheidsrechter zelf geen kwaad in zijn gekleurde analyses ziet en de schuld van de aantijgingen aan zijn adres in handen legt van trainers, die niet met de aan het eind van de competitie oplopende emoties en spanning om zouden kunnen gaan, geeft aan dat hij nog steeds niet door heeft dat een scheidsrechter in het huidige topvoetbal in elk opzicht boven de partijen moet staan.
Naïef
Maar net als Bas is Marloes zeer tevreden over zijn media-optredens. Zij wil ook niet gaan controleren wat iemand in zijn vrije tijd doet. Zelfs niet als clubs, collega-scheidsrechters en diverse supportersgroepen zich aan dit gedrag storen. Ik vraag mij ook af op welke wijze deze naïeve woordvoerster het voetbalvolk moet gaan uitleggen (als Nijhuis weer eens een wedstrijd heeft moeten stilleggen) waarom het Ajax- of PSV-publiek hem zo langdurig en kwetsend vanaf de tribunes van partijdigheid betichtte? Of komt het niet zover? Wellicht zijn ook de ogen van de heren die de scheidsrechtersaanstellingen verzorgen inmiddels geopend en wordt tot de competitie is beslist, Nijhuis niet meer bij de huidige top-drie aangesteld. Is het niet eenvoudiger als mensen recht voor hun raap iets roepen en niet alles proberen te verdraaien?
Zoals Jan Dolstra, de grensrechter met wie ik met grote regelmaat samenwerkte, altijd deed. Tijdens de wedstrijdevaluaties noemde hij man en paard. Als het hem te veel werd, gooide hij gewoon een stoel door de kleedkamer of richtte hij zich na afloop even naar een speler die het hem die middag wel heel moeilijk had gemaakt. Zoals na die wedstrijd toen Jan gek van Roy Makaay was geworden. Niet dat hij hem in de gaten moest houden voor het gebruik van ellebogen of andere smerige trucs, maar omdat de huidige Feyenoord-spits voor de grensrechter een regelrechte ramp betekende. Tot op de dag van vandaag begeeft de spits zich op stoïcijnse wijze steevast op het randje van buitenspel, de veelal onbegrepen spelregel, die nog steeds voor de grootste opwinding bij spelers, trainers en publiek zorgt. Ik denk dat als er ooit een trofee wordt uitgereikt aan de speler, die in zijn carrière het meest onterecht voor buitenspel is teruggevlagd, Makaay een grote kanshebber is.
Makaay die de afgelopen week eindelijk weer eens positief in de schijnwerpers stond. Eindelijk geen verhalen over zijn -inderdaad- forse salaris dat zwaar op de Rotterdamse begroting drukt. Geen verhalen over een 'te weinig druk naar voren zettende' spits. En geen verhaal of hij het scoren verleerd zou zijn. Hij schoot woensdag zijn club slim de bekerfinale in.
Stille kracht
Terwijl Rotterdam en iedereen die Feyenoord een goed hart toedraagt ontplofte, relativeerde Roy zijn doelpunt zoals alleen hij dat kan. Waarom moeilijk doen, als het ook makkelijk kan? Waarom zal hij van zo'n doelpunt in de war moeten raken. Dat doet hij al niet meer sinds hij als jongetje bij zijn favoriete NEC werd afgetest. Hij bleef bij zijn amateurclub Blauw-Wit scoren en kwam als 14-jarige in de opleiding van Vitesse terecht. Daar leerde hij van oud-international Frans Thijssen dat een voetballer beter met zijn voeten dan met zijn mond kan spreken. Zijn technische vaardigheden gingen met sprongen vooruit en het juiste gevoel voor ruimte werd ontwikkeld.
Sinds zijn eerste ontmoeting met Thijssen durft Makaay blind te varen op zijn talent en als je jaren in de Spaanse competitie aanslagen van Spaanse, Argentijnse en Mexicaanse slagers hebt ontweken, ben je echt niet meer te intimideren. Het laatste jaar dreigde Makaay uit de gratie te raken. Wat zal hij met weemoed hebben teruggedacht aan de samenwerking met Juan Carlos Valerón bij Deportivo La Coruna, de aangever die hem blindelings kon vinden. Met welk warm gevoel zal hij, tot aan die winnende treffer in de halve finale, de laatste maanden teruggedacht hebben aan zijn Phantom-periode bij Bayern München. De finale Ajax-Feyenoord was mede door zijn treffer het resultaat. Dat die finale door het gevoerde veiligheidsbeleid van de laatste jaren nu al op een fiasco dreigt uit te draaien, zal Makaay onberoerd laten. Hij wil op 25 april nog een keer zijn voeten laten spreken. En zelfs de meest doorgewinterde persvoorlichter zal moeite hebben om die -helaas- halfgevulde Rotterdamse politievesting toch nog vol te praten.
Klik hier voor meer informatie over de auteur.

