Anders dan in Milaan begon Barcelona fel aan het duel. De Catalaanse ploeg probeerde haar vertrouwde positiespelletje te spelen, maar dat leidde amper tot gevaar. Alleen Pedro liet Inter een keertje schrikken, maar zijn schot ging naast. Internazionale, met een gemiddelde leeftijd van 30 jaar en 98 dagen, vond dat wel best. Zij hadden immers de beste papieren, gezien de 3-1 voorsprong die ze mee hadden genomen uit Italië. Sneijder en kompanen leunden veelvuldig achterover, loerend op de counter, met Diego Milito als diepe spits.
Ondanks de (onterechte) rode kaart van Thiago Motta - hij moest vertrekken na een aai in het gezicht van Busquets - slaagde Barcelona er niet in om met een voorsprong te gaan rusten. Zlatan Ibrahimovic (vrije trap) en Lionel Messi (schot) schoten rakelings naast, terwijl Victor Valdes aan de andere zijde letterlijk niets te doen had.
Na rust veranderde er niets aan het spelbeeld. Barça wilde wel, maar kón niet. Dat was te danken aan Inter, dat zeer solide speelde en vrijwel niets weggaf. Een halfuurtje voor tijd besefte Guardiola dat er iets moest gebeuren en wisselde de onzichtbare Zlatan voor Bojan, terwijl Jeffren Busquets afloste. Mourinho anticipeerde door Sneijder te vervangen door Sulley Muntari.
Barça kwam nog wel op 1-0 door een late treffer van Gerard Piqué, die met een Messiaanse beweging de verdediging van Inter te kijk zette, maar daar bleef het bij. Voor Internazionale is het de eerste keer dat het in de finale van de Champions League staat. De laatste keer dat de Milanezen in de finale van de Europa Cup I stonden, was in 1972. Destijds was Ajax met 2-0 te sterk.

