Vanaf het begin was Chelsea de sterkere op de barslechte grasmat van Wembley. Frank Lampard deelde met een knal tegen de paal al vroeg een waarschuwing uit aan het gedegradeerde Portsmouth, dat blij mocht zijn dat de rust werd gehaald met 0-0. Salamon Kalou raakte voor open doel de lat, John Terry kopte eveneens tegen de dwarsligger en Didier Drogba zag zijn vrije trap via de onderkant van de lat terug het veld in stuiteren.
Na rust leken de rollen omgedraaid. Portsmouth werd sterker en kreeg een uitgelezen kans om op voorsprong te komen, nadat Aruna Dindane in de 55ste minuut in het strafschopgebied was neergelegd door Juliano Belletti. Kevin-Prince Boateng kon zich kronen tot de held van Pompey, maar hij schoot de strafschop zo zwak in, dat Cech kon redden met de voet.
Chelsea zwijnde en liet drie minuten later zien hoe je wel moet scoren. Drogba plaatste een vrije trap buiten het bereik van David James via de binnenkant van de paal in het doel. Portsmouth leek gebroken, maar probeerde het met de invallers John Utaka, Nwankwo Kanu en Nadir Belhadj nog wel. Echt in de buurt van de gelijkmaker kwam de ploeg van Avram Grant niet meer.
De 2-0 was dichter bij, maar twee minuten voor tijd volgde Frank Lampard het voorbeeld van Boateng; ook hij miste een penalty. Voor Chelsea maakte het niet veel meer uit, want de ploeg veroverde voor de zesde maal in de historie de FA Cup. Daarmee kent trainer Carlo Ancelotti een uitstekend debuutseizoen, want vorige week grepen de Londenaren ook al de Engelse titel.

