Ondanks een favorietenrol kon Engeland vanaf het begin niet zijn wil opleggen aan Algerije. De Noord-Afrikaanse ploeg was veelvuldig aanwezig op de helft van de tegenstander en kreeg pas na dertig minuten een eerste bal op doel te verwerken. Via Gerrard kwamen de Britten er voor het eerst goed uit, maar meer dan een laag afstandsschot in de handen van de Algerijnse doelman Raïs M'Bohli leverde het niet op.
Daarna leek de ploeg iets meer op gang te komen, maar veel meer dan een grote kans voor Frank Lampard kregen de Engelsen niet. Ook na de theepauze wilde het maar niet vlotten met de aanvallende aspiraties. Algerije bleef opnieuw gemakkelijk op de been en bood zelfs aardig wat tegenstand.
James leek na een uur spelen de nieuwe schlemiel te gaan worden onder de lat, toen hij de bal bijna cadeau gaf aan Ryad Boudebouz, maar de vervanger van Robert Green kon de situatie net op tijd herstellen door de bal wild weg te trappen.
In het vervolg van de tweede helft kon Engeland nog altijd geen vuist maken. Aanvallen liepen niet soepel en veel ruimte bood de defensie van de ploeg van trainer Rabah Saadane niet. Slechts Gerrard en Gareth Barry produceerden een noemenswaardige poging. Het was dan ook niet verwonderlijk dat het scorebord gedurende negentig minuten ongewijzigd bleef, waardoor Engeland zal moeten winnen van Slovenië om plaatsing voor de knock-outfase in eigen hand te houden.

