De overwinning van Spanje was een overwinning van de ploeg die durfde te voetballen. De mannen van bondscoach Vicente del Bosque lieten in Kaapstad zien te willen aanvallen, Portugal wachtte vooral af en leunde wel erg zwaar op de verdediging. En ruim een uur lang hield de kleinste broeder van het Iberische schiereiland dat vol.
Spanje zocht lang naar een gaatje in de verdediging en omsingelde het Portugese doel met steeds meer mensen. Vele aanvallen mislukten, maar na snelle passjes van Andres Iniesta en Fernando Llorente kwam David Villa in de 63ste minuut plots vrij te staan voor doelman Eduardo. Die kon in eerste instantie nog redden, maar in de rebound scoorde de spits de 1-0.
Het was daarna pijnlijk om te zien hoe weinig de Portugezen terug konden doen. De ploeg moest gaan aanvallen, maar kwam dankzij de rondtikkende Spanjaarden nauwelijks aan de bal. Superster Cristiano Ronaldo was onzichtbaar. Dat zorgde voor frustraties, die bij Ricardo Costa uitmondden in een elleboogstoot richting Joan la Capdevila. Costa kon daarop met rood vertrekken.
Tegen tien Portugezen hield Spanje stand en precies twee jaar na het winnen van het EK 2008 lijkt de ploeg opnieuw op weg naar een unieke prestatie. Nooit eerder kwam Spanje op een WK namelijk verder dan de kwartfinale.

