Met Fedor Smolov in de spits begon Feyenoord matig aan het nieuwe seizoen in De Kuip. Hoewel de Rotterdammers na 45 minuten het meeste balbezit hadden, ging er bar weinig dreiging uit van de jeugdige ploeg. Smolov bewees al direct geen spits te zijn en viel vooral op door zijn vele omzwervingen. Niet zelden was de Rus op de linker- of rechterflank te vinden en moest Bruins, Biseswar of Wijnaldum fungeren als aanspeelpunt.
Hoe anders was dat bij de gasten uit de Domstad, dat al een paar weken bezig is aan het officiële seizoen, omdat het moest spelen in de voorrondes van de Europa League. Mulenga en Van Wolfswinkel hielden de verdedigers van Feyenoord flink bezig, maar van Dries Mertens werden ze horendol. De kleine Belg was bij ieder balcontact gevaarlijk en schoot op de lat en paal. Op dat moment was de stand al 0-1, doordat Van Wolfswinkel alert was bij een vrije trap van Stijn Wuytens. Daarbij moet gezegd worden dat Erwin Mulder en Ron Vlaar stonden te slapen.
Na rust werd Feyenoord in het zadel geholpen door Alje Schut. De verdediger gleed een voorzet van Stefan de Vrij in eigen doel. Daarna was alles anders: Feyenoord heerste en verdeelde en kwam verdiend op voorsprong. Luigi Bruins pegelde hard raak en even later kopte Leroy Fer de 3-1 binnen uit een vrije trap van Jerson Cabral. De linkspoot had de tegenvallende Diego Biseswar vervangen en stond aan de basis van Feyenoords ommekeer.

