Engeland werd voor de wedstrijd tegen Hongarije allesbehalve warm onthaald door de eigen fans op Wembley. Dat werd er niet beter op nadat Phil Jagielka na een uur in eigen doel schoot. Gelukkig voor de Engelsen stelde Steven Gerrard met twee goals orde op zaken en bepaalde hij de eindstand op 2-1.
Argentinië speelde in Ierland de eerste wedstrijd na het ontslag van Diego Maradona. Angel di Maria (foto) zorgde voor de enige treffer, door op het randje van buitenspel te scoren: 0-1. In de tweede helft drong Ierland wel aan, maar scoorde het niet.
Duitsland gaf de zege uit handen in Denemarken. Mario Gomez en Patrick Helmes leken de Duitsers op een veilige 0-2 voorsprong hebben gezet, maar de Denen gaven niet op. Dennis Rommedahl maakte in zijn honderdste interland de aansluitingstreffer, waarna Roda JC-spits Mads Junker zijn eerste interlandgoal ooit maakte: 2-2.
Frankrijk trad aan zonder de WK-gangers, die in de poulefase werden uitgeschakeld. Hun vervangers deden het onder de nieuwe bondscoach Laurent Blanc echter niet veel beter. De Fransen kwamen in en tegen Noorwegen nog wel op voorsprong door Hatim Ben Arfa, maar gingen door twee treffers van Erik Huseklepp toch onderuit: 2-1.
Wereldkampioen Spanje reisde met achttien WK-gangers naar Mexico, maar nam geen overwinning mee terug. Javier Hernandez zette de Mexicanen al na twaalf minuten op voorsprong. Lang leek de thuisploeg die vast te houden, maar in blessuretijd maakte David Silva alsnog gelijk: 1-1.

