Daarvoor was het spel van Ajax te voorspelbaar en te kwetsbaar. De Vitesse-jongelingen Davy Pröpper (18) en Marco van Ginkel kregen de ArenA zelfs even stil door voor rust te profiteren van slap verdedigen van de Amsterdammers.
Tussen die twee goals hadden Jan Vertonghen (vrije trap van zestien meter) en de vermoeide Gregory van der Wiel (puntertje binnenkant paal) gescoord voor Ajax, waardoor de stand halvewege 2-2 was. Met een klein fluitconcert van de Ajax aanhang zochten beide ploegen de kleedkamer op.
De tweede helft was achttien seconden oud, toen Siem de Jong zijn ploeg op 3-2 zette. In samenwerking met Vitesse-verdediger Frank van der Struijk werkte hij een voorzet vanaf de rechterflank binnen. Die voorzet kwam van invaller en debutant Florian Jozefzoon (19), die met zijn eerste balcontact dus direct doorslaggevend was. Jozefzoon was niet de enige debutant, want Jol ruimde op het middenveld een basisplaats in voor Roly Bonevacia (18). Het veld stond sowieso vol met jonge talenten. Vitesse-spits Lasse Nilsson was met zijn 28 jaar de oudste van alle basisspelers.
Ook na de 3-2 kwam Vitesse er af en toe nog gevaarlijk uit, maar Ajax werd sterker en sterker. Vurnon Anita scoorde de vierde nadat hij met een schijnbeweging Van Ginkel uitspeelde en de bal over de voor zijn doel staande Eloy Room liftte.

