The Mancunians hadden verdedigende problemen, die al vroeg in de wedstrijd aan het licht kwamen. Opvallend was dat de enige twee fitte verdedigers, Patrice Evra en Nemanja Vidic, de fout in gingen. Ze veroorzaakten beide een penalty, die door Mark Noble werd binnen geschoten in de elfde en 25ste minuut. Het was voor het eerst in negentien jaar dat Manchester United twee strafschoppen tegen kreeg in één duel.
Het leek er daarna lange tijd op dat de koploper niets meer aan zou kunnen richten in Londen. Vidic kwam nog goed weg toen hij de doorgebroken Carlton Cole vasthield en slechts geel kreeg. In de rust bracht Ferguson, die geschorst op de tribune moest toekijken, maar met een oortje kon coachen, zijn joker in: Javier Hernandez. Evra moest naar de kant. In de 64ste minuut kwam ook Dimitar Berbatov binnen de lijnen.
Het lag niet aan de wissel, maar het was wel direct raak. Rooney eiste een vrije trap op en krulde die heerlijk om de muur in de hoek: 2-1. Hiermee kreeg Manchester United uit het niets hoop op meer. En het was opnieuw Rooney die zich liet gelden. Eerst knalde hij vanaf de zestien heerlijk raak in de verre hoek en na 79 minuten mocht hij aanlegen vanaf elf meter, nadat Matthew Upson hands maakte in de zestien. Rooney maakte zijn hattrick: 2-3.
Daarmee was de ongelofelijke comeback binnen een kwartier volmaakt. Hernandez mocht in de slotfase nog zijn doelpuntje meepikken. De Mexicaan kreeg de bal op gelukkige wijze voor zijn voeten na een harde voorzet van Ryan Giggs, die de tweede helft als linksback/linkshalf fungeerde.

