We schrijven de halve finale van de UEFA Cup, het seizoen 2004/'05. Het zwaar onderschatte AZ heeft voorafgaand in het toernooi al afgerekend met onder meer PAOK Saloniki, Auxerre en Alemannia Aachen.
Het verhaal gaat zelfs dat Glasgow Rangers met de bus bij de Alkmaarderhout aankwam, de vervallen pisbakken rook, de verpauperde tribunes zag en het kraken van het dak hoorde, en binnen vroeg of iemand de weg naar het stadion van AZ wist. Want dit bouwval kon toch niet de thuishaven van de trotse nummer drie van Nederland zijn?
In dit soort omstandigheden was Co altijd op z'n best. Minimale middelen, maximaal presteren. Vanuit de underdog-rol genadeloos verrassen. Hij deed het al in 1999 met Willem II (Champions League-voetbal!) en opnieuw met AZ. Want geloof maar dat niemand in Europa wakker lag van Henk Timmer, Kenneth Perez, Robin Nelisse en Tarik Sektioui. Die namen maakten tegenstanders eerder aan het lachen.
Het was aan Adriaanse te danken dat de middelmatige som der delen als geheel boven zichzelf uitsteeg. Vooral daarom kreeg ik een enorm sympathie voor het AZ onder Co, dat op een heerlijk Hollandse en dus arrogante manier lak had aan de gevestigde rode in Europa.
Terwijl de supporters van de Rangers zich in het instortende uitvak afvroegen 'who the fuck' AZ was, werden ze van het kastje naar de muur getikt. Door Barry Opdam, Tim de Cler, Denny Landzaat, Barry van Galen en Olaf Lindenbergh welteverstaan.
In de kwartfinale ging Villarreal er aan. In een propvolle perskamer in de Amsterdam ArenA keek het voltallig aanwezige journaille met open mond naar de 1-2 overwinning in Spanje. We waren zelfs bijna te laat voor de aftrap tussen Ajax en Willem II. Dat potje deed pijn aan de ogen in vergelijking met de voetballes die het clubje uit de gure kop van Noord-Holland de Spaanse grootmacht gaf.
In de halve finale stierf AZ een prachtige voetbaldood. Typisch op z'n Hollands. En z'n Co's. Na de 2-1 nederlaag in Lissabon zette de club in een opnieuw uitverkocht Alkmaarderhout het in de verlenging recht: 3-1.
In minuut 120 + 4 gebeurde wat Adriaanse tot op de dag van vandaag achtervolgt. Hij bracht volledig volgens zijn overtuiging en eigenwijsheid jongeling Christy Janga (inmiddels heet hij Bonevacia, om niet meer aan het trauma te worden herinnerd?) binnen de lijnen, terwijl AZ juist de organisatie op poten aan het zetten was voor een corner. U raadt het al: een tegendoelpunt in de wanorde, een 3-2 uitslag en geen finale voor AZ.
Voor de buis heb ik zitten genieten, lachen en wenen als een kind. Zo mooi, onverwacht en tragisch was de prestatie van AZ. Adriaanse is in zijn carrière vaak uitgemaakt voor net-niet trainer, omdat -ie in Nederland nooit een prijs pakte. Maar al het eremetaal ter wereld zou ik niet willen inruilen voor die prachtige herinnering aan 2005. Sommige dingen zijn onbetaalbaar, nietwaar?
Alleen al daarom heeft FC Twente een geweldige keuze gemaakt. We kunnen opnieuw spektakel tegemoet zien, omdat Co een trainer is die elftallen laat verrassen. En zijn uitspraken en interviews zijn nooit saai.
Daar kwam ik in 2007 in Qatar achter en een jaar later in Salzburg. Adriaanse lag destijds onder vuur bij Red Bull, omdat hij wel eens een duelletje verloor. Dat kon volgens de traditie van de topclub niet, maar daar had hij maling aan. "Red Bull moet niet op achterstand komen. Zeker niet met twee goals of meer. Want dan zet ik alles op alles en kan de uitslag nog hoger uitvallen in ons nadeel. Zo denk ik nu eenmaal", gaf de ontdekker van het woord 'scorebordjournalistiek' aan niets veranderd te zijn sinds 2005.
Voor de fans van FC Twente wellicht geen geruststellende gedachte. Maar ik zit al handenwrijvend voor de tv. De terugkeer van Co is de beste zomeraankoop voor de Eredivisie anno 2011. Het kan de Tukkers de landstitel kosten, in de laatste minuut van de allerlaatste wedstrijd van het seizoen. Maar het levert zeker nooit te vergeten en prachtige voetbalhistorie op. En dat is ook wat waard.

