AC Milan begon de ontmoeting in San Siro met Clarence Seedorf op de tribune en met Urby Emanuelson en Mark van Bommel op de reservebank. De drie Nederlanders zagen Lazio Roma in de twaalfde minuut brutaal de leiding nemen in de persoon van Miroslav Klose, die de bal met zijn hand leek te toucheren. Dat laatste werd echter niet gezien door arbiter Gianluca Rocchi. Negen minuten na de openingsgoal werd de marge verdubbeld. Djibril Cissé kopte een op maat gegeven bal van Stefano Mauri in de verre hoek: 0-2.
Maar AC Milan, dat na twintig minuten Gennaro Gattuso geblesseerd af zag haken en daarom Van Bommel in het veld bracht, knokte zich al snel terug in de wedstrijd. De eerste Milanese treffer van het nieuwe seizoen werd in de 29ste minuut door Zlatan Ibrahimovic, die in stelling werd gebracht door Antonio Cassano, geproduceerd. Vier minuten later was het Cassano zelf die tot scoren kwam: 2-2. Grote kansen waren er verder nog voor Hernanes (Lazio Roma) Cissé, Cassano en Ibrahimovic, maar gescoord werd er niet meer.

