Paultje Bosvelt, Jean-Paul van Gastel, Patrick Paauwe, Jon Dahl Tomasson en natuurlijk die Argentijnse boef Julio Ricardo Cruz. Deze van gogme overlopende groep zou zeker een kans maken tegen Olympique Marseille. Dus vroeg eten, handschoenen aan en mee met die handel.
Het was al donker toen we de auto op een stuk gras vlakbij het stadion parkeerde. "Dat mag vast niet", dacht ik nog, maar durfde er niets van te zeggen. Iedereen deed het namelijk. En trok vervolgens zwijgzaam, de jas dichtknopend en shawls aantrekkend, richting die spookachtige gloed in Rotterdam-zuid. De gezonde wedstrijdspanning hing als een elektrische lading in de lucht.
In vakkie O, ik weet het nog goed, was het verboden stil te zitten. Daar, aan die korte zijde (kan dat in een rond stadion?), werd gezongen, gesprongen of enkel bewogen om jezelf warm te houden. Een beker koffie en broodje worst deden de rest.
Kijk, daar kwamen ze op het veld. Een orkaan van geluid. De helden, de gladiatoren, voor de 45.000 trouwe voetbalgekken. Het was indrukwekkend. Naast me vroeg een totaal onbekende vrouw of ik het mooi vond. Ik kon ze amper verstaan en knikte dromerig maar van ja.
Na zes minuten kreeg Kees van Wonderen rood. Dubieus was het op z'n zachtst gezegd. Maar daar schrok ik nog het minste van. Het protest van het Legioen was overweldigend en intimiderend tegelijk. Het leek net alsof de scheidsrechter, blijkbaar ook onder de indruk, snakte naar de rust. Onder een striemend fluitconcert doken de arbiter en de verbouwereerde Franse ploeg de zo bekende spelerstunnel in. Mijn oren tuutten.
Even konden we op adem komen. Goed, Feyenoord moest nog 45 minuten verder met tien man, maar het stond 0-0. Die Fransen wisten zich ogenschijnlijk geen raad met het numerieke overwicht en lieten zich uit hun spel halen door een trillende en sidderende Kuip. Er lagen kansen.
Tot mijn grote verbazing en opwinding scoorde Feyenoord in de slotfase drie keer tegen het omver geblazen Marseille, dat door de imponerende ambiance van gekkigheid ook twee rode kaarten pakte. 3-0, En de Rotterdammers hadden weer zicht op de kwartfinale van de Champions League.
Dat was de eerste en meteen laatste keer dat ik een Nederlandse supportersgroep een wedstrijd voor haar ploeg zag winnen. Al kwam het kampioensduel tussen Ajax en FC Twente van vorig seizoen aardig in de buurt trouwens. Chapeau voor de Amsterdamse fans.
Als ik één ding op die avond in 1999 leerde, was het dat het Legioen van Feyenoord - hate them or love them, I don't care - ontzettend begaan is met haar club. Eigenlijk zijn zij de baas in De Kuip. Natuurlijk, een goed bestuur is mooi meegenomen en aardige spelers en een slimme trainer ook. Maar de Rotterdamse fans hebben een niet te onderschatten invloed op de uitstraling van hun trots.
Helaas hebben we daar ook verkeerde voorbeelden van gezien (Beverwijk, de kampioensrellen, Nancy). Maar het gaat me veel te ver om de protesten van vorige week bij De Kuip als onbegrijpelijk of zelfs crimineel te bestempelen. Als een trouwe fanschare als die van Feyenoord zo fel (ik heb het niet over de vernielingen, bedreigingen en getrokken pistolen, dat betrof namelijk geen 'fans') ageert tegen de clubleiding, moet er iets serieus aan de hand zijn.
Dat blijkt ook wel uit de waslijst met commentaar die op het internet circuleert. Los van het feit of alle punten daarop kloppen; het zegt wel wat. En zo'n stevig gebalde, figuurlijke, vuist kan niet zomaar onder het tapijt worden geveegd onder het mom van: 'het zijn maar supporters, wat weten zij er nou van?'.
Het getuigt juist van klasse dat de fans niet ophouden met hun demonstraties, alleen maar omdat het nu sportief goed gaat. Zij kijken verder dan een balletje binnen- of buitenkant paal. En hebben zich eerder heerlijk tegendraads bewezen, door tijdens de regeerperiode van trainer Gertjan Verbeek vóór de coach en tégen (!) de spelers te stemmen.
Voor de luide stem uit zuid moeten wij als buitenwereld de oren dus niet sluiten. Vooral niet als een stel criminelen de basis van het protest probeert te verstommen, door het Maasgebouw aan te vallen. Juist dan moet je - vredelievend, dat wel - doorgaan, zeker als je overtuigd bent van je gelijk.
Na dat duel met Marseille verliet men in een stoet de Kuip. Het ene sterke verhaal overtrof het andere. Bij de auto was een agent bonnen aan het uitschrijven. Op elke verkeerd geplaatste bolide zat een gele sticker. Tientallen. De vader van mijn maatje, vroeg zich hardop af of zoiets nodig was na zo'n memorabele avond. "Ach, jullie Feyenoord-fans zijn zo bevlogen, jullie komen toch wel terug. Hoeveel tegenslag jullie ook te verwerken krijgen", lachte de platte pet.
Beter zou ik het niet kunnen verwoorden, weet ik nu.
Laatste nieuws
Resultaten
x
ColumnFeyenoord-fans moeten zich niet laten verstommen
Mijn eerste kennismaking met een propvolle Kuip vond plaats op 8 december 1999. De vader van een vriend had een kaartje over. Of ik mee wilde. Tsja, stomme vraag natuurlijk. Feyenoord had zich net geplaatst voor de tweede (!) groepsfase van de Champions League en kende een selectie met aansprekende namen.

