De ruime zege in het vierde groepsduel van de Champions League was dikverdiend, maar verrassend genoeg nam juist Dinamo Zagreb het initiatief na de aftrap. Ajax kon nauwelijks onder de druk uitkomen en Vurnon Anita en Eyong Enoh hadden al vroeg geel te pakken. Na een counter joeg Theo Janssen de bal in de negende minuut over, wat de eerste speldenprik betekende. Vooral Anita had het zwaar aan zijn zijde, waar voortdurend Kroaten voorbij glipten.
Maar in de 20e minuut kon Ajax voor de eerste keer feest vieren. Via een meesterlijk hakje van Christian Eriksen werd Gregory van der Wiel vrijgespeeld. De rechtervleugelverdediger, die de laatste twee duels van de Amsterdammers vanaf de reservebank moest starten, joeg de bal vervolgens hard in de korte hoek in het dak van het doel: 1-0. Vijf minuten later lag de 2-0 in de touwen. Eyong Enoh tikte de bal weg voor de voeten van Alejandro Callelo en lanceerde daarmee Siem de Jong. Die stuurde met een steekpassje Miralem Sulejami weg. De Serviër tikte de bal in de sprint voorbij doelman Ivan Kelava met zijn rechtervoet en schoof met links binnen.
In de voorlaatste minuut van het eerste bedrijf kopte Toby Alderweireld de bal nog op de buitenkant van de paal. Net na rust kreeg Dinamo Zagreb de beste kans van het tweede bedrijf. Met moeite kreeg doelman Kenneth Vermeer een laag schot van Pablo Ibanez onder controle, mede door een lastige stuit. Toen Dinamo Zagreb was uitgeraasd, kon Ajax verder. De 3-0 na 65 minuten vormde een demonstratie van macht. Gregory van der Wiel kwam weer eens op aan de rechterkant en zette de bal laag voor. Eriksen verlengde geniaal via de buitenkant van de rechtervoet en Siem de Jong schoot vanaf elf meter raak.
Daarna kon Ajax rustig freewheelen tot het slotsignaal. In de extra tijd zorgden twee invallers nog voor een mooi toetje. Lorenzo Ebecilio stuurde op links Nicolas Lodeiro weg, die knap raak schoof: 4-0. Dinamo Zagreb is uitgeschakeld, Ajax kan door de nederlaag van Olympique Lyon wellicht op jacht naar plek twee.

