"Van der Sar is gewoon de beste keeper die Nederland kent", zegt Swart, die tussen 1956 en 1973 enkel voor Ajax speelde, tegenover OnsOranje. "Hij zou moeten doorspelen tot hij erbij neervalt. Voor mij als coach van de ex-internationals is het een feest dat die jonge jongens die stoppen het leuk vinden om met een groep vrienden van vroeger aantrekkelijke wedstrijden te spelen. Dit jaar was Van der Sar de nieuweling, vorig jaar maakte Giovanni van Bronckhorst zijn debuut. Het is goed dat er steeds nieuwe aanwas bij komt. Het publiek is de grote winnaar. Het debuut van Van der Sar was perfect. Andere keepers duiken op ballen, hij weet vooraf al waar ze komen en heeft ze gewoon. Dat lijkt simpel, maar dat is het natuurlijk niet. Van der Sar leeft voor het voetbal. Hij mag dan al een half jaar gestopt zijn, voor mij is hij nog steeds de perfecte prof."
"Het voelde als vanouds om samen met Edwin en mijn broer een wedstrijd te spelen", aldus De Boer, momenteel trainer van Ajax, na de vriendschappelijke voetbalpot. "Edwin en ik speelden 67 keer samen in Oranje, op het laatst weet je elkaar blindelings te vinden. Dat gevoel tussen ons was meteen terug. We raken nooit in paniek. Ook al moesten we echt aan de bak, omdat HFC inmiddels Hoofdklasse speelt en een stuk sterker is dan vorig jaar. Natuurlijk spelen we de wedstrijden met de ex-internationals niet op kracht, zoals vroeger. Het is nu een kwestie van techniek en onze inzet. Wij doen niks aan onze conditie. Nee, ik ook niet. Ik wil nog wel eens een partijtje meedoen op de training bij Ajax, maar dat is ook niet zo veel dat je er topfit van wordt. Edwin heeft gevraagd of hij af en toe bij Ajax mag meetrainen. Even een balletje in zijn handen pakken, het gevoel behouden. Dat is prima natuurlijk. Ik denk dat Edwin ook nog wel vaker een wedstrijd zal meespelen met de ex-internationals. Zeker als Ronald (De Boer, red.) en ik erbij zijn. Of straks weer met Phillip Cocu en Van Bronckhorst. Dan zullen oude tijden herleven."

