Rubin Kazan en Olympiakos waren dinsdagmiddag de eerste ploegen die mochten aantreden in de zestiende finales van de Europa League. In een ijskoud Luzhniki stadion, waar de temperatuur daalde tot dertien graden onder nul werd al om 12:00 uur afgetrapt. Olympiakos, dat als derde eindigde in de groepsfase van de Champions League stond voor een lastig karwei. Rubin Kazan verloor in Europees verband voor het laatst in eigen huis op 17 februari 2011. Toen was FC Twente met 0-2 te sterk.
Olympiakos begon goed aan de wedstrijd. De Grieken zetten Rubin Kazan vol onder druk en werden enkele malen gevaarlijk. Het was duidelijk dat de ploeg van de Spaanse trainer Ernesto Valverde een uitdoelpunt wilde makenom zo het karwei volgende week donderdag af te maken in Athene. Voor de rust lukte het echter niet om te scoren.
In de tweede helft was het wel raak. Twintig minuten voor tijd kreeg de achterhoede van de thuisploeg een hoekschop van Mirallas niet goed weggewerkt, waarna David Fuster de bal in het doel schoot. Doelman Giedruis Arlauskis was kansloos.
Olympiakos leek op weg te gaan naar een perfect resultaat, maar kreeg het nog lastig in de slotfase. Zeker nadat doelman Balasz Megyeri een strafschop veroorzaakte en rood kreeg voor een overtreding op Gökdeniz Karadeniz. Roy Carroll mocht zo zijn debuut maken voor Olympiakos en deed dit met verve. Hij stopte de strafschop van Bebras Natcho en stelde de overwinning veilig voor de Grieken.

