"Schalke is niet echt het toonbeeld van stabiliteit", zegt Mulder. "In het verleden zijn mooie successen met grote schandalen afgewisseld. In 2001 dacht Schalke kampioen te zijn. Drie minuten later scoorde Bayern München toch nog in een ander duel en pakte zo de titel. Gelsenkirchen werd van uitzinnige vreugde in rouw gedompeld. Typisch Schalke zoiets."
Mulder noemt Schalke voor de supporters een soort religie: "De supporters denken in blauw en wit. Het is de club van de mijnwerkers. Schalke was hun enige uitje in de week. Dan verwachten ze ook wat. Als speler moet je hard werken, dat spreekt aan bij de fans. Misschien zijn er in dat opzicht wel raakvlakken met FC Twente. Ook Enschede is een oude industriestad."
Mulder speelde zelf negen jaar lang in Gelschenkirchen, die tijd is echter niet meer te vergelijken met nu. Ook bij Schalke is het grote geld een rol gaan spelen. Mulder: "Destijds moesten wij het hebben van een goed ingespeeld team. Jongens die beter werden doordat ze lang met elkaar speelden. Eén keer per jaar werd er dan een gerichte aankoop gedaan. Dan sprak je niet over de topspelers van Europa. Nu haalt Schalke Raul en Klaas-Jan Huntelaar. Dat was toen ondenkbaar."

