Dat NEC met slechts een 0-1 voorsprong ging rusten, mocht in deze Kleine Klassieker een klein wonder heten. De Nijmegenaren waren namelijk veel beter dan de thuisploeg en bezondigden zich soms zelfs al in de eerste 45 minuten aan gallery play.
Vreemd, want met wat meer nauwkeurigheid hadden de bezoekers het vele balverlies aan de kant van NAC veel harder kunnen afstraffen dan met enkel dat ene doelpuntje van Lasse Schöne (bekeken schot) na 20 minuten.
Daarvoor had de Deen al op doelman Jelle ten Rouwelaar geschoten en had Género Zeefuik met een kopbal de lat geraakt. Na de openingstreffer miste Krisztián Vadócz ook nog voor open doel, omdat Eric Botteghin op de lijn redding bracht na riskant balverlies van Jordy Buijs.
NAC kreeg pas haar eerste echte kans vlak voor rust, toen Anthony Lurling net naast schoot. Het teken dat de Bredanaars geen schim waren van het team dat won van PSV en AZ vorige week in Alkmaar nog twee punten afsnoepte.
In de tweede helft bracht de wissel Roly Bonevacia - Ömer Bayram (waardoor Nourdin Boukhari op het middenveld kwam te spelen) veel meer voetbal in de ploeg van NAC, dat prompt de beste kansen kreeg via vooral de uitblinker - zoals altijd - Lurling.
De 1-1 van Boukhari was dan ook terecht. Kort daarna had Buijs 2-1 kunnen maken, maar zijn inzet werd door doelman Gábor Babos wonderbaarlijk op de lijn gered. Ook NEC was nog dicht bij de winst, maar de kopbal van Rens van Eijden werd geweerd en het schot van Zeefuik ging net naast.
Al met al was een remise op deze vermakelijke voetbalavond - waar NAC en NEC in onderlinge ontmoetingen altijd wel voor zorgen - terecht. De Nijmegenaren zullen echter spijt hebben van de eerste helft, waarin ze meer afstand hadden moeten nemen en NAC zal vooral goede herinneringen koesteren aan de tweede helft voor het restant van de competitie.
Minpunt voor NAC in de slotfase was nog wel de volledig onterechte rode kaart voor Boukhari, die wel wild in kwam, maar zijn tegenstander helemaal niet raakte.

