De confrontatie tussen AC Milan en FC Barcelona betrof er één tussen twee echte Champions League-grootheden. Barça is recordhouder met vier eindzeges van het Europese toernooi, terwijl de Rossoneri volgen met maar liefst drie Champions League-trofeeën. FC Barcelona kon vol vertrouwen afreizen naar San Siro. Immers werden de laatste zes uitwedstrijden in het lucratieve en prestigieuze miljoenentoernooi allemaal met een overwinning beëindigd. Bovendien kwamen de Catalanen in hun laatste dertig Champions League-wedstrijden telkens minimaal eenmaal tot scoren. AC Milan verloor in de laatste twee Champions League-seizoenen onder meer van Ajax (0-2), Tottenham Hotspur (2-3) en de tegenstander van vandaag, FC Barcelona (2-3).
Ondanks de doelpuntrijke series van FC Barcelona werd er door de Catalanen niet gescoord in Italië. Sterker nog, het was AC Milan dat na rust de grootste kansen kreeg. Robinho en Zlatan Ibrahimovic waren dichtbij en ook Kevin-Prince Boateng en Clarence Seedorf kregen kansen tegen de regerend Champions League-winnaar. Lionel Messi zorgde voor gevaar aan de andere kant van het veld. Tevens vroeg Barça om een strafschop, maar scheidsrechter Jonas Eriksson wilde er niet aan om de bal op de stip te leggen. Na de rust probeerde Antonio Nocerino om Víctor Valdes te verschalken, maar hij slaagde daar niet in. Ook invaller Urby Emanuelson kon geen verandering op het scorebord aanbrengen. Kansen waren er in de slotfase voor Carles Puyol en invaller Cristian Tello. Het bleef echter 0-0. Zodoende wordt de return in Camp Nou er één om naar uit te kijken. Alles is nog mogelijk.

