In 1971 en 1998 werd wel al twee keer de toenmalige Europese beker voor bekerwinnaars veroverd. Het is de tweede keer dat een stad die de Olympische Spelen organiseert in hetzelfde jaar de Champions League wint. Eerder deed FC Barcelona dat in 1992.
Roberto Di Matteo, die op zondag 4 maart de ontslagen manager André Villas-Boas opvolgde bij The Blues, is de vierde Italiaanse oefenmeester die de Champions League wint. Carlo Ancelotti (2x), Fabio Capello en Marcello Lippi gingen hem voor. Met in totaal vijf overwinningen van hun keuzeheren evenaarden de Italianen daarmee het record van Spanje. Dat werd gevestigd door Vicente del Bosque (2x), Josep Guardiola (2x) en Rafael Benítez.
De 41-jarige Di Matteo is pas de tweede trainer die de Champions League wint met een club die hij aan het begin van het seizoen nog niet onder zijn hoede had. Eerder presteerde Raymond Goethals dat met Olympique Marseille (1992). De inmiddels overleden Belg volgde toen Jean Fernandez op.
Salomon Kalou en Arjen Robben lieten zaterdagavond een reactie achter tegenover de NOS.

