Landskampioen Juventus begon met clubicoon Alessandro Del Piero in de basis. Naar alle waarschijnlijkheid neemt de routinier na negentien jaar trouwe dienst afscheid van de club uit Turijn. Het meespelen van de spits mocht ook niet baten.
Na iets meer dan een uur spelen kwamen de Napolitanen op een 0-1 voorsprong uit een strafschop. Ezequiel Lavezzi werd door Juve-doelman Marco Storari neergehaald, waarna topschutter Edinson Cavani dit buitenkansje verzilverde.
Zeven minuten voor tijd werd het duel beslist. Marek Hamsik gaf een steekpass op Goran Pandev, die de 0-2 binnen kon schieten. De beker voor Napoli was een feit, iets dat sinds 1983 niet meer is gebeurd. De club heeft de Coppa Italia voor de vierde keer in haar historie gewonnen.

