"Triest, zeker omdat we vlak daarvoor een heel indrukwekkend bezoek aan Auschwitz hadden gebracht en zagen hoe relatief voetbal eigenlijk is. Het enige wat je kunt zeggen, is dat er meer gekken los rondlopen dan vastzitten", beweert Afellay.
Voor Afellay klinkt discriminatie niet vreemd in de oren. „Ik hoor wel eens iets van vrienden. En het klopt dat ze soms een discotheek niet inkomen. Als voetballer moet je ook stevig in je schoenen staan, want je hoort bij het veld opgaan, een inworp of corner vaak genoeg bepaalde dingen. Veel mensen zullen zeggen: het is een voetballer en daar wordt hij goed voor betaald. Maar zo werkt het niet."

