De eerste helft in het Estadio Vicente Calderon was niet bepaald spectaculair. Hoewel er voor beide ploegen niets meer op het spel stond, oogden de teams van Diego Simeone en Tito Vilanova serieus en werd er geen enkele meter weggegeven. Dat resulteerde in 45 minuten zonder echte doelkansen. Een inzet van Cristian Tello, op slag van rust, was de meest serieuze poging. Het schot ging maar net naast de paal.
Zes minuten na rust sloeg Atlético toe. Na voorbereidend werk van aanvoerder Gabi kon Radamel Falcao op doel schieten en dan is het bij de Colombiaanse topschutter vaak raak: 1-0. Het team van Vilanova slaagde er niet in om terug in de wedstrijd te komen en tot overmaat van ramp haakte ook sterspeler Lionel Messi twintig minuten voor tijd nog eens geblesseerd af. Vilanova had op dat moment al drie keer had gewisseld en moest met tien man verder. Barcelona zorgde in de daaropvolgende tien minuten echter voor de ommekeer. In combinatie met Cesc Fàbregas tekende Alexis in de 72e minuut voor de gelijkmaker en luttele minuten later viel de 1-2. Een inzet van Villa ontbrak de nodige precisie, maar werd door Gabi achter zijn eigen doelman Thibaut Courtois gewerkt.

