Het treffen tussen Club Brugge en RC Genk was zondagavond twintig minuten oud en Brugge-coach Adrie Koster haalde dan toch maar eens zijn handen maar eens uit zijn jaszakken. Een groot contrast met de Genkse coach Hein Vanhaezebrouck, die vanaf minuut één zijn manschappen met de meest onmogelijke armgebaren de goede richting uit probeerde te dirigeren. Het bleef bij proberen, want de Hongaar Daniel Töszer leek weinig te begrijpen van de aanwijzingen.
De bezoekers leidden op dat moment al met 0-1, door een doelpunt van oud-Feyenoorder Thomas Buffel. Met een droge knal liet hij Geert de Vlieger (oud-Willem II) kansloos. Genk had de voorsprong vervolgens uit kunnen breiden, maar een schot van Buffel ging voorlangs. Wat Club Brugge daar tegenover stelde waren enkele schoten en kopballen, die vakkundig gepareerd werden door de grabbelende, maar over uitstekende reflexen beschikkende Davino Verhulst. In de blessuretijd van de eerste helft moest hij toch vissen. Ivan Perisic schoot door een woud van benen raak: 1-1.
De Nederlandse inbreng in de Belgische topper bleef overigens beperkt tot Adrie Koster en leidsman Pieter Vink. Zowel Ryan Donk (Club Brugge) als Istvan Bakx (RC Genk) zaten namelijk niet bij de selectie. Het Brugse publiek - dat nog altijd een minuut lang klapt in minuut 23 als eerbetoon aan de vorig jaar verongelukte François Sterchele, die rugnummer 23 droeg - kreeg in de tweede helft een zelfde spelbeeld voorgeschoteld. Geen van beide ploegen was sterker en een gelijkspel leek een logisch gevolg. Gevaar was er wel, maar ook aanvallende wissels aan beide zijden leidden niet meer tot doelpunten. Ook met elf tegen tien in de slotfase (namens Brugge werd Karel Geraerts met twee gele kaarten weggestuurd) kon Genk de winst niet naar zich toetrekken.
Door de remise heeft Brugge nu elf punten. Dat zijn er drie minder dan lijstaanvoerder Sint-Truiden. Genk staat met zeven punten uit zes duels op een tiende plaats.

