AZ, dat in Athene weer met Mounir El Hamdaoui, Hector Moreno en Sébastien Pocognoli in de basis aantrad, had gezien de veldverhoudingen recht gehad op een punt. In de problemen kwam het in Athene nauwelijks. De ploeg dicteerde grotendeels, net als afgelopen weekend tegen ADO, maar tot echt grote kansen leidde dat niet.
Alleen een actie van Moussa Dembélé zorgde na negen minuten voor gevaar, maar Maarten Martens kreeg de voorzet van de Belg op het bovenbeen waardoor de bal over caramboleerde. Olympiakos was zo nu en dan gevaarlijk bij dode spelmomenten of voorzetten van de rechterkant. Zo hing er in de 21e minuut gevaar in de lucht toen Sergio Romero bij een hoekschop mis tastte. David Mendes da Silva was er echter op tijd bij om de bal weg te werken voordat Diogo kon uithalen. In de veertigste minuut was diezelfde Diogo met een kopbal nog gevaarlijk.
Na rust zette het tactische schouwspel zich in een langzaam tempo voort, maar wederom zonder doelpuntrijke momenten. Het eerste echte wapenfeit kwam van de voet van David Mendes da Silva, maar het afstandschot van de middenvelder zeilde twee meter over. Brett Holman stelde Antonis Nikopolidis vervolgens wel op de proef met een zwabberbal. Hoewel de doelman moest lossen, was er niemand van AZ om vanuit de rebound iets te kunnen ondernemen.
De 1-0 van de thuisploeg kwam redelijk uit de lucht vallen. Een voorzet van Jaouad Zairi van de rechterkant werd door Vassilis Torosidis binnengekopt. Met nog tien minuten op de klok en met Graziano Pèlle, Kees Luijckx en Lens als verse krachten binnen de lijnen, zetten de Alkmaarders in de slotfase nog wel alles op alles, maar pijn kon het Olympiakos niet meer doen.

