Het afscheid werd zoals in Duitsland gebruikelijk op grootse wijze georganiseerd. Enke's kist met honderden witte rozen op de middenstip gaf een totaal andere dimensie aan een voetbalveld. Vele kopstukken uit de Duitse politiek en voetbalwereld waren aanwezig. Klasse, stijl, dramatiek, het droop van de volgepakte tribunes. Mooie toespraken ook waarin zelfs de gemoedstoestanden van de doelman voorbij kwamen. Het gebeuren had veel weg van een staatsbegrafenis.
Dat Enke aan zware depressies leed, is inmiddels via zijn geschreven en gevonden afscheidsbrief bekend. In 2006 was het echtpaar Enke hun tweejarig dochtertje door hartproblemen verloren. Het ergste dat ouders kan overkomen. Een verlies dat velen -en zeker een gevoelsmens als Enke- nooit te boven komen.
Faalangst
In de Duitse pers komen nu commentaren los over het bizarre einde van der Nationaltorwart. Bild-columnist Frans-Jozef Wagner schrijft dat Enke is gestorven aan de angst om te mislukken. Bij een aantal clubs was hij ook niet echt succesvol.
Contracten bij FC Barcelona, CD Tenerife en Fenerbahce werden niet succesvol uitgediend. Ook zou Enke niet bestand zijn geweest tegen de loodzware prestatiewetten, eigen aan het profvoetbal. Daar waar alleen maar plek is voor de allersterksten en voor zwakkelingen geen plaats is. Een ethos dat juist bij onze oosterburen, naast hun nuchterheid, plichtsbesef, volgzaamheid en het zichzelf nuttig maken sterk is verankerd.
Dat dinsdag een -uiterlijk- prototype van de Duitse prof zichzelf van het leven beroofde, zal voor veel Duitsers een emotionele klap zijn geweest. Zo het leven beëindigen, is niet mijn manier. Ik zal altijd denken aan de traumatische gevolgen voor de treinmachinist, -passagiers en spoorwegpersoneel, maar weet na het beluisteren van de toespaken in Hannover inmiddels wel dat mensen die hun angsten durven te tonen, in plaats van deze te verbergen, niet zwak maar juist sterk zijn.
Crisiscentrum
Dat moeilijke omstandigheden juist ook positieve en creatieve krachten bij mensen los kunnen maken, zag ik afgelopen weekend bij de HFC Haarlem. De club verkeert in zwaar weer. Ze komen in de Spaarnestad een paar honderdduizend euro te kort en door het niet al te florissante puntenaantal hangt een eventuele degradatie vanuit de Jupiler League ook nog eens als een zwaard van Damocles boven de club.
De oude bestuurskamer waar Ruud Gullit, Arthur Numan, Piet Keur, Raymond Atteveld, Marcel Peeper, John Metgod, Bobby Vosmaer en Barry van Galen ooit hun eerste profcontract tekenden, is momenteel omgebouwd tot een heus crisiscentrum. De stichting 'Hart voor Haarlem' coördineert er activiteiten om de club van het dreigend faillissement te redden en om voor de komende jaren een goede organisatie en financieel gezonde basis neer te zetten. Een club die dit jaar 120 jaar bestaat, die ouder is dan de KNVB zelf, die vanaf de intrede van het betaald voetbal een loyale partner is geweest en momenteel door een van de meest belachelijke maatregelen van de laatste decennia, de invoering van de Topklasse, het degradatiespook in de nek voelt hijgen. Een club die échte clubiconen als Beer Wentink, Piet Groeneveld, Wim Roosen en Kick Smit voortbracht. De club waar Abe van der Ban, de man met de mooiste snor in het betaald voetbal ooit speelde. De club waar Vera Lynn en Alice Cooper op de middenstip optraden, waar trainer Barry Hughes met een rolfluitje Georg Kessler intimideerde en die de eerste Nederlands kampioen na de Tweede Wereldoorlog werd. De roodbroeken waar verdediger Piet Huyg ooit een schorsing kreeg omdat hij VVV-spits Lorenz Hilkes een trap onder zijn achterste verkocht en de club die drie jaar in hun bestaan op 'Moordhol' speelde. Ook de club waar NEC-speler en rapper Mitchell Burgzorg -alias The Priest- werd opgeleid, waar Tatsuya Mochizuki als eerste Japanner en Pépé Fernandez als eerste Uruguayaan in de Nederlandse competitie te zien waren en de club die maar liefst zeventien internationals afleverde. Natuurlijk kan de accommodatie wel een opknapbeurt en de selectie een kwalitatieve injectie gebruiken, maar een club met zo'n historie in het Nederlands voetbal mag en kan toch niet zomaar verdwijnen.
Troost
Net als bij FC Omniworld, Fortuna Sittard, FC Eindhoven, FC Emmen en FC Oss wordt er in Haarlem vaak nagedacht over de vraag; wat de kwaliteit van leven in die nieuw te vormen Topklasse nu werkelijk inhoudt, terwijl je naast de lokale en regionale amusementsfunctie en het organiseren van Haarlemse plein- en wijkactiviteiten ook nog eens als een goed georganiseerd opleidingsinstituut kan fungeren?
Ik hoop dat de activiteiten van die echte Haarlem-supporters hun doel niet missen en voor de andere bedreigde Jupiler League-clubs een voorbeeld zijn. Prettig is dat zij zich kunnen troosten met de zinnige uitspraken van voorzitter Kees Kisjes van Capelle -afgetekend koploper in de Zaterdag Hoofdklasse A- dat door het invoeren van de Topklasse de charme van het amateurvoetbal verdwijnt, veel aantrekkelijke derby's verloren gaan, het financieel geen voordelen geeft, straks veel regionale sponsors zullen afhaken en hij die Topklasse eigenlijk als een sprookjesverhaal van de KNVB ziet. En was het ook niet zo dat er in het betaald voetbal clubs als SC Amersfoort, VC Vlissingen, FC Amsterdam pas wegvielen toen die clubs de stekker er zelf uittrokken?
Klik hier voor meer informatie over de auteur.

