Onder een klein applausje ging PSV na 45 minuten rusten en dat was minder dan waar de thuisploeg toen eigenlijk recht op had. De Eindhovenaren deden er tegen Sparta namelijk alles aan om het publiek te vermaken. Bij balverlies werd er collectief gejaagd, er waren soms splijtende passes en oogstrelende aanvallen te zien, maar het schortte aan koelbloedigheid en geluk in de zestienmeter.
In de tweede helft begonnen de duidelijk niet tevreden PSV-supporters nog harder te morren en te fluiten. Daar hadden ze op dat moment wel een beetje recht op, omdat hun helden steeds moeilijker tot voetballen kwamen. Na een kans voor Bakkal vlak na rust gebeurde er namelijk niet zoveel meer. Zij het dat Sparta steeds meer in het duel kwam en zelfs mocht dromen van de gelijkmaker.
Die viel nog ook, omdat PSV duidelijk op twee gedachten aan het hinken was. De supporters vermaken en op zoek gaan naar een grotere score? Of genoegen nemen met een minieme overwinning en de kleine voorsprong consolideren?
Vanwege die spagaat kon Sparta gevaarlijk blijven. In minuut 90+3 was daar ineens Rydell Poepon, die een voorzet in de lange hoek mocht verlengen: 1-1. PSV baalde opzichtig, Sparta vierde feest, de fans van de thuisploeg scheeuwden moord en brand.
Lang zag het er dit seizoen naar uit dat de Eindhovenaren ongestraft slechte tweede helften konden blijven spelen. Dat lijkt na de wijze lessen van vandaag en het striemende fluitconcert van de eigen fans tot het verleden te behoren.

