Aan de bedoelingen van AC Milan lag het niet. Coach Leonardo stuurde met Klaas-Jan Huntelaar, Marco Borriello en Ronaldinho drie aanvallers het veld in. Hij moest natuurlijk ook wel, na de 2-3 nederlaag van drie weken geleden.
De eerste grote kansen waren ook voor Milan, maar Ronaldinho kopte net naast en Huntelaar, nam de bal oog in oog met Edwin van der Sar verkeerd aan. Aan de andere kant was het wel meteen raak. Wayne Rooney kopte een voorzet van Gary Neville feilloos binnen: 1-0. In het vervolg van de eerste helft bleven de Engelsen de bovenliggende partij, zonder daarbij heel grote kansen te creëren. Ook Milan stichtte maar weinig gevaar.
In de tweede helft wilde Milan aanvallend meer bewerkstelligen en dus werd Clarence Seedorf in het veld gebracht voor verdediger Daniele Bonera. Maar nog voordat Seedorf iets had kunnen uitrichten, was het 2-0. Nani gaf een balletje achter Mathieu Flamini langs, waarna Rooney eerder bij de bal was dan doelman Christian Abbiati en de tweede treffer binnen tikte.
Huntelaar was daarna dicht bij de aansluitingstreffer, maar kopte over. Ji-Sung Park had minder moeite het net te vinden. Op aangeven van Paul Scholes schoot hij na een uur raak in de lange hoek. Het enige dat Milan daarna nog te bieden had, was het inbrengen van David Beckham, die voor het eerst tegen Man United op Old Trafford speelde. Hij kon zijn rentree echter niet opluisteren met een treffer. Darren Fletcher maakte er kort voor tijd nog wel eentje en bepaalde met het hoofd de eindstand op 4-0.

