Voor Sparta Rotterdam en FC Den Bosch was het zaak om weer eens een goed resultaat te behalen. De Kasteelclub won slechts drie van haar laatste vijftien duels, terwijl The Blue White Dragons maar twee van hun laatste veertien wedstrijden met drie punten beëindigden. Wie zou er zondagmiddag gaan winnen?
Het antwoord was Sparta. De Kasteelclub was bij vlagen heer een meester tegen het kansloze Den Bosch, dat al halverwege de eerste helft tegen een achterstand aankeek. James Holland maakte met een lage schuiver zijn tweede van het seizoen. De Australiër deed dat op aangeven van Joey Godee. En nog voor rust maakte Michiel van den Berg de tweede Rotterdamse treffer. Met een slidingschot liet hij doelman Wesley de Ruiter kansloos.
Ook in het tweede bedrijf had Den Bosch geen antwoord op de aanvallende intenties van Sparta. Zelfs een rush van Godee, die met de bal aan de voet een sprint van zo'n zeventig meter wist te trekken, kon niet worden gestopt. Met een droge schuiver knalde hij raak.
Het vierde en tevens laatste doelpunt bepaalde de eindstand en ditmaal was het Johan Voskamp die zijn naam op het scorebord zette. De spits maakte alweer zijn 23ste goal van het seizoen. Hij benutte een penalty die door arbiter Allard Lindhout werd gegeven na een handsbal van invaller Mohamed el Makrini: 4-0.
Voor Sparta betekende het de eerste thuisoverwinning op Den Bosch sinds 1999. De zege van dat jaar werd behaald in de Eredivisie. Sparta blijft door de overwinning bungelen in de middenmoot van de Jupiler League. De Kasteelclub heeft nu 34 punten en passeert daarmee FC Den Bosch, dat op 32 punten blijft staan.

