Komende maand treedt De Witte in dienst van FC Antwerp, waar hij assistent-trainer wordt van de Onder 18. “Dat sluit uitstekend aan op mijn trainerscursus, die ik onlangs heb opgepakt. Het kriebelde al langer om meer uren in het trainerschap te steken. De afgelopen anderhalf jaar trainde ik mijn zoontje, die bij de Onder 6 van KFC Brasschaat speelt. Dat vond ik leuk. Daar wilde ik graag mee doen.”
Hoe ben je bij Antwerp Onder 18 terechtgekomen?
“Jarenlang stond het jeugdvoetbal bij Antwerp op een laag pitje. De meeste jeugd ging voetballen bij Beerschot, de andere club uit de stad. De concurrentiestrijd om jeugdspelers is groot. Bij Antwerp is een nieuwe eigenaar gekomen, die de club wil laten groeien. De promotie naar de Eerste Klasse was vorig jaar al een mooi hoogtepunt, er is een nieuwe tribune gebouwd en nu wil de club ook de jeugd naar een hoger plan tillen. De doorstroom richting het eerste elftal moet worden vergemakkelijkt. Voor elk jeugdteam wil de club een volwaardige technische staf samenstellen.”
Hoe ziet die eruit bij Onder 18?
“Ik ga samenwerken met een ervaren jeugdtrainer. Een echte veldtrainer, maar ook iemand die zelf nooit profvoetballer is geweest. Dat onderdeel breng ik juist in. Ik was erg jong (zeventien jaar, red.) toen ik debuteerde voor Anderlecht en maakte zelf mee dat je de ene dag nog op school zit en de andere dag volop in het middelpunt van de media staat. De jonge talenten van nu wil ik daarvoor waarschuwen en daar tegelijk in begeleiden. Wat komt er op je af? Wat moet je ervoor laten om echt door te breken? Mijn ervaring geef ik door. Ik hoop zelf veel te leren op het gebied van trainingen geven van de hoofdtrainer.”
Foto: Waarom pak je nu pas het trainersstokje op?
“Ik ben in de regio Antwerpen vrij onbekend. Op mijn vijftiende ging ik al voetballen bij Anderlecht en studeren in Brussel. Op mijn negentiende kwam ik naar Nederland. Ik heb hier bijna acht jaar gevoetbald. Eerst bij FC Twente, daarna twee seizoenen voor FC Groningen. In Nederland was ik bekend. Toen ik van Enschede terugkeerde naar België, betekende dat een verhuizing van driehonderd kilometer. In België heb ik na mijn terugkeer niet meer op het hoogste niveau gespeeld. Door die onbekendheid was het lastig om een trainersfunctie te verkrijgen en was ik daar ook niet echt mee bezig.”
Wat heb je toen gedaan?
“Ik ging werken als verkoper in een golfwinkel in Kapellen. Precies zeven minuten rijden van mijn huis in Brasschaat. Dat is nu alweer ruim tien jaar geleden. Ik vond golf altijd al een leuke sport om te spelen. In de loop van de jaren heb ik ook veel kennis opgedaan van materialen. Nu ben ik bijvoorbeeld onderweg naar St. Tropez voor een golfweekendje. Vanaf volgende maand ga ik nog maar één of twee dagen in de golfwinkel werken.”
Het werk in de golfwinkel wil je niet opgeven?
“Nee, deze mix is ideaal. Je weet nooit wat er in de voetbalwereld gebeurt. Straks komt er een nieuw bestuur of een nieuwe eigenaar. Misschien wil hij plotseling met andere trainers verder. Mijn werk in de golfwinkel is goed om achter de hand te houden.”
Golf je nog vaak?
“Niet meer zo vaak als in de beginjaren. Niet alleen vanwege tijd, maar ook vanwege de zin. Ik ben lid van de golfclub hier in Brasschaat, maar ook in en rond Antwerpen liggen veel banen waarop ik een rondje heb gelopen. Mijn laagste handicap was negen. Nu ik een aantal jaren minder fanatiek ben, is die ongetwijfeld gestegen.”
Foto: Heeft je zoontje talent?
“Hij kan aardig voetballen, maar hij is nog niet eens zeven jaar. Ik vind het nu veel belangrijker dat hij plezier in het voetbal heeft. Net als ik is hij een fijne, tengere voetballer. Hij beschikt al over een goede dribbel. We hebben ook dezelfde speelstijl. Alleen is hij linksbenig, terwijl ik rechts ben. Het is leuk dat hij nu bij KFC Brasschaat voetbalt, maar het is altijd afwachten hoe de situatie over een aantal jaar is. Na de zomer begint hij bij de Onder 7.”
Maakt hij ook een salto als hij scoort?
“Daar is hij nog te jong voor, haha. Alleen bij ons achter op de trampoline. Het was mijn handelsmerk, maar de laatste jaren heb ik hem maar afgezworen. Ik heb er geen zin in om straks in een ziekenhuis te belanden.”
Sport je dochter?
“Zij is nu bijna zeventien. Ze hockeyt. Dat doet ze vooral voor de fun.”
Voetbal jij nog?
“Vorig jaar speelde ik nog in een café-elftal, De Houtbeurs. Dat ging me niet slecht af, maar na afloop had ik telkens overal pijntjes. We voetbalden in Wijnegem, nu is dat ’s-Gravenwezel geworden. Met het team zijn we ook naar Nederland geweest. Naar Enschede en Groningen. Al zijn we daar enkel gaan stappen en hebben we een wedstrijdje meegepikt. Ze vragen me nu telkens wanneer we weer teruggaan, haha.”
Heb je nog contacten bij FC Groningen?
“Ik sprak pas Paul Matthijs. Hij is nu jeugdtrainer bij FC Groningen (van Onder 17, red.). Misschien kunnen we onderling een wedstrijdje organiseren. De overige contacten heb ik vooral via Facebook. Daar zie ik bijvoorbeeld wat Sander van Gessel, Sjaak Polak en andere jongens nog allemaal ondernemen.”
En bij FC Twente?
“Daar kom ik vaker. Dat is altijd gezellig. Ik heb daar ook een fantastische tijd meegemaakt. Ik voetbal soms nog mee met oud-FC Twente, zoals met de afscheidswedstrijd van Sander Boschker of vorig jaar tegen Schalke 04 tijdens de Open Dag. Jeroen Heubach spreek ik nog wel eens. Jan Vennegoor of Hesselink kwam ik vorige week nog tegen bij een toernooi met Antwerp. Ook met Ellery Cairo en Kurt Van De Paar heb ik nog wel eens contact. Kurt is in zijn debuutjaar als trainer van de senioren met Wezel Sport gepromoveerd naar de Tweede Provinciale. We zijn altijd blij elkaar weer te zien. Maar vele contacten verwateren, dat is nu eenmaal verweven met de voetbalwereld.”
Heb je de situatie bij FC Twente meegekregen?
“Jazeker. Het is ongelofelijk dat zo’n grote club volgend jaar in de Eerste Divisie speelt. Erg om te zien dat bepaalde mensen de club zo hebben verknoeid. Het is nu zaak alles weer op te bouwen. FC Twente beschikt over een goede achterban. Dat moet daar zeker kunnen.”
Volg je het WK?
“Ja, ik heb al best veel wedstrijden gezien. Tot nu toe blijkt dat er bij veel landen in hun eerste wedstrijd veel druk op stond. Niet vreemd, want zij hebben daar natuurlijk lange tijd naar toe gewerkt. Ook de topploegen hebben het moeilijk. Bij de spelers uit de grote competities is te zien dat ze een vermoeiend seizoen achter de rug hebben.”
Wat vond je van België – Panama?
“De eerste helft was minder qua niveau. Maar duidelijk was te zien dat de ploeg heel volwassen is geworden. Niemand raakte in paniek. Met zoveel talent voorin valt dat doelpunt toch wel een keer. Daarvan hebben we geleerd. We moeten wat meer geduld opbrengen als het niet direct lukt. Mijn angst ligt achterin. Zonder Vincent Kompany en Thomas Vermaelen is het kwetsbaar en zal het niet eenvoudig worden om in de kwartfinale te geraken.”
Foto: Eerst treft België nog in de poule Tunesië, dan Engeland.
“Tegen Engeland wordt het genieten, dat wordt een toffe pot. Ik verwacht dat beide landen dan al door zijn.”
Waar kijk je de wedstrijden?
“Dat wisselt. Thuis, met vrienden in het café, komend weekend met het golfgroepje in St. Tropez en vanaf 30 juni in Griekenland, waar ik met mijn vrouw en kinderen tien dagen naar op vakantie ga.”
Heerst er al een feestelijke stemming in België?
“Het begint te komen en het leeft al meer dan enkele jaren geleden. Maar aan het enthousiasme van jullie kunnen wij nooit tippen. Niemand. De Oranje-gekte is uniek. Ik heb het zelf meegemaakt. Dat is ongelofelijk. Dat zie je echt nergens.”
Maar we zijn er helaas niet bij.
“Jullie beschikken nu over voldoende talenten. Als de bondscoach (Ronald Koeman, red.) daar een ploeg van weet te maken, staat er straks een topteam. Die Oranje-gekte keert over twee jaar weer terug. Let maar op!”


