Het contract bij TOP Oss liep in mei dit jaar af voor Philips. Een goed seizoen had hij, mede door een blessure en een ongelukkige eerste seizoenshelft bij Achilles’29, niet gedraaid en clubs stonden niet in de rij. In juni kwam alsnog de gouden tip. “Ingolfur Sigurdsson woont in IJsland en hij benaderde mij. Ik kende hem van mijn tijd bij Volendam en wij hielden altijd contact. Hij was vroeger een groot talent, maar is helaas niet doorgebroken. Hij wist nog wel een club die een spits zocht. Binnen twee dagen was het geregeld en plotseling was ik speler van Víkingur Ólafsvik.”
Middle of Nowhere
In juli streek Philips neer in Ólafsvik. Het dorpje ligt helemaal in het westen van IJsland. “Ik woonde heel erg afgelegen. Het dorp heeft duizend inwoners en het was bijna drie uur rijden naar Reykjavik. Er was geen reet te doen. De dichtstbijzijnde fatsoenlijke winkel was ongeveer 65 kilometer rijden. Als we niet trainden, speelde ik thuis op de Playstation of keek ik Netflix. Soms at ik met jongens uit het team of dook ik de sportschool in. Soms voelde ik mij eenzaam. Qua omgeving had ik dan weer helemaal niets te klagen. Het is het mooiste gebied van IJsland. Heel veel bergen, maar geen bomen. Op de bergen groeiden allerlei mossen. Ik keek vaak naar een grote gletsjer die bovenop een vulkaan stond. Dat was prachtig om te zien.”
Foto: De voetbalcultuur bij Ólafsvik, uitkomend op het tweede niveau van IJsland, sprak Philips niet aan. Het was totaal anders dan hij gewend was, maar dan in negatieve zin. “Wij trainden maar één keer per dag rond 5 uur in de middag. De trainingen waren echt waardeloos. We deden niks op de training en het duurde vaak maar veertig minuten. De trainer was een aparte vent. Hij kon geen training geven en we speelden maar een beetje naar elkaar over. Voetballend was er geen tactiek te bespeuren. De lange bal spelen en naar voren rennen. Daarom ben ik nu weg en train ik met Keflavik ÍF mee. Op dit moment onderhandelen we over een contract. Ze zijn gedegradeerd naar de tweede divisie, maar hebben hele goede trainers voor de groep staan. De eerste twee maanden in IJsland waren niet geweldig op sportief vlak, maar ik wil de mensen laten zien dat ik goed kan voetballen. Vandaar dat ik in IJsland blijf.”
Een uitzinnig publiek maakte Philips nog niet mee in IJsland. “In Ólafsvik stelde de hoeveelheid supporters echt niets voor. Als er tweehonderd mensen kwamen, was het heel veel. Omgerekend was dat twintig procent van het inwonersaantal. De stadions zijn ook niet groot. In het nationale stadion kunnen tienduizend toeschouwers, maar toch zijn de wedstrijden van het nationale team niet uitverkocht.”
“Met Ólafsvik bezocht ik de uitwedstrijden altijd met een kleine bus. Dan kwam je vroeg aan op je bestemming en dan gingen we in een restaurant pasta eten. Ik moet zeggen dat de accommodaties netjes waren. Geen vervallen kleedkamers of andere verwaarloosde zaken te zien.
Foto: Eind september werd de laatste competitiewedstrijd gespeeld. De competitie begint in de eerste week van mei weer. Philips heeft een hele lange voorbereiding voor de boeg. “Drie weken geleden ben ik begonnen met Keflavik in een indoorhal. In december spelen we een oefenwedstrijd. Met kerst zijn we vrij en daarna starten de trainingen weer. De voorbereiding duurt meer dan een half jaar. Dat is wel even anders dan in Nederland.”
Beleving
De kans is klein dat Philips snel terugkeert naar de Nederlandse velden. “Als de onderhandelingen slagen, teken ik voor één jaar. Hier in Keflavik is ook veel meer te beleven dan in Ólafsvik. In Keflavik wonen 15.000 mensen en het vliegveld is vlakbij. In Reykjavik valt genoeg te doen en dat is een half uurtje rijden. Hierna wil ik ooit nog naar andere buitenlandse clubs. Veel jongens die in IJsland spelen, maken een stap naar Zweden, Noorwegen, Denemarken of Finland. Ik voel niet de druk of noodzaak om terug te komen naar Nederland. Natuurlijk lag mijn voorkeur bij een meer interessante competitie, maar uiteindelijk kwam dit op mijn pad. Inmiddels heb ik hier ook een vriendin. We doen samen leuke dingen, bijvoorbeeld gezellig naar de bioscoop. Ik heb geen spijt van mijn komst naar IJsland.”


