Wanneer wij Intezar spreken is hij met het nationale team van Afghanistan op trainingskamp in Turkije. Eerst was het de bedoeling om naar Tadzjikistan te gaan en daar te spelen tegen de nationale ploeg. Die wedstrijd werd afgelast. "De trainer was ontslagen en er waren nog wat problemen. Onze thuiswedstrijden spelen we altijd in de hoofdstad Doesjanbe. Wij komen niet meer in Afghanistan, te riskant. Voor een uitwedstrijd of trainingskamp ziet iedereen elkaar bijvoorbeeld in Dubai en dan vliegen we verder naar onze eindbestemming. In december gaan we waarschijnlijk weer op trainingskamp en spelen we tegen Oezbekistan. Het is allemaal vriendschappelijk, want wij hebben ons niet geplaatst voor de Azië Cup. In juli spelen we wedstrijden om ons te plaatsen voor het WK van 2022 in Qatar.
Foto: Het team traint hard in Turkije, maar ontspant ook. Maandag speelt de ploeg een oefenwedstrijd tegen Antalyaspor. "Geen land, maar een club inderdaad. De bond kon zo snel geen andere tegenstander meer vinden." Intezar vindt zo'n trainingskamp leuk, maar voor sommige spelers vindt hij het extra bijzonder. "Kijk, ik kan gewoon terug naar Nederland. Als Nederlander ben je een luxe hotel in Turkije min of meer gewend. Voor de Afghanen uit mijn team die na deze trip weer naar Afghanistan moeten, is dit een hele speciale week. Zij zijn even weg uit de oorlog. In Afghanistan zijn ze hun leven niet zeker."
Thuis
In augustus van dit jaar speelde Afghanistan bij hoge uitzondering in eigen land tegen Palestina. Voor Intezar was dat uniek. “We vlogen naar Afghanistan en de bond haalde ons daar op. Aan alles merkte ik dat het niet veilig was. We gingen met gepantserde auto's vanaf het vliegveld naar het hotel. De wegen waren voor ons afgezet. Heel het hotel was zwaar beveiligd. Iedereen wist dat er elk moment wat kon gebeuren.Tijdens de wedstrijd in Kabul kreeg ik weinig mee van de omstandigheden buiten. Na de wedstrijden hoorde ik wel dat er buiten dingen aan de hand waren."
Familie
Intezar speelde in augustus niet alleen een wedstrijd tegen Palestina, maar bezocht ook zijn familie in Kabul. "Hier woont veel familie van mij. Neven, ooms en tantes. Het bezoek was heel heftig. Ik werd opgehaald bij het hotel en ging bij elk familielid langs. Met de staf had ik afgesproken om op tijd terug te zijn in het hotel. Toch gebeurde er iets waardoor ik wist dat het absoluut niet veilig was. Ik zat met mijn oom in een taxi en we kwamen vast te staan in de file bij Kabul. De meeste aanslagen gebeuren op dat soort momenten. Er ging ontzettend veel door me heen. Het bleef druk en ik stapte met mijn oom uit de taxi. We zijn naar de overkant van de straat gerend. Ondertussen zag ik iedereen kijken, want je ziet dat ik uit het buitenland kom. Dat was een beangstigend moment. Ik weet niet hoe mensen reageren, want ze hebben niets te verliezen. Eenmaal aan de overkant ben ik in een andere taxi gestapt. Aan die zijde was het niet druk."
De Lienden-speler ziet het niet gebeuren dat Afghanistan snel weer thuiswedstrijden kan spelen. “Dit is niet binnen twee of drie jaar voorbij. Het wordt misschien zelfs nooit meer rustig. Het is al veertig jaar oorlog en het blijft altijd chaos. Nu zie je ook weer de aanslagen van de taliban. Als er iets gebeurt rondom het nationale elftal, dan kan er nooit meer een thuiswedstrijd worden gehouden.”
.


