Niemand zal ooit beweren dat Hertha BSC de grootste club van Duitsland is. De ploeg werd in 1931 nog eens kampioen en won sindsdien alleen enkele malen de 2. Bundesliga, niet een competitie die echte topclub graag op hun palmares zullen terugzien. Ze delen wel de bijnaam 'Oude Dame' met Juventus, maar daar houden de vergelijkingen al gauw op. Nee, de succesvolste club is Hertha niet, maar zeker een van de meest interessante.
De Berliner Fußball Club Hertha werd in 1892 opgericht door twee broederparen, die hun nieuwe vereniging vernoemden naar een schip waarmee ze toevallig recentelijk gevaren hadden. Het blauw en wit dat nog altijd in hun tenues zit, komt ook voort uit de kleuren van de boot in kwestie. Het ging de club voor de wind, en zeker in de periode tussen de beide wereldoorlogen in was Hertha een succesvolle speler, en dat leverde de landstitels in 1930 en 1931 op - nadat de ploeg al vier beslissingswedstrijden had verloren. Toen gooide de opkomst van het nationaal-socialisme roet in het eten.
Hoewel vaak beweerd wordt dat Hertha in de oorlog niet alleen maar schone handen had, is niet duidelijk in hoeverre de club heulde met de nazi's. In ieder geval niet in dusdanige mate dat de joodse Nederlander Bram Appel het vertikte om voor Hertha te voetballen - hij speelde enkele jaren van de oorlog in Berlijn. Na de oorlog was het wachten op een nieuwe organisatie van het voetbal in het totaal verwoeste Duitsland. Toen in 1963 de Bundesliga van start ging, was Hertha haar dominante positie kwijt.
Eenmaal in die Bundesliga werd Hertha een waardig vertegenwoordiger van Berlijn, de stad die zich in haar chaotische lichtvoetigheid in niets dan in taal verbindt met de rest van het land. Waar Duitsland een fabriek voor succesvolle, voorspelbare en ietwat kleurloze bestuurders en derhalve clubs lijkt te bezitten, is Hertha altijd grillig gebleven. Dan ging het weer goed en groeiden de bomen tot in de hemel, maar in het eind van de jaren '80 werd in het prachtige Olympiastadion gewoon amateurvoetbal gespeeld.
Dat kwam goed. Vanaf eind jaren '90 is de Berliner Hertha gewoon weer in de Bundesliga erbij, al moest het recentelijk twee keer een seizoentje op het tweede niveau acteren. Het past de flegmatieke club om af en toe uitschuivers te hebben, nu ook eens een positieve door het spelen van Europees voetbal. Waar ploegen als Eintracht Frankfurt of Bayer Leverkusen al jaren lijken mee te spelen zonder dat er ooit iets gebeurt, is het in Berlijn nooit saai. Zo wordt dit seizoen in hun prachtige stadion ter ere van het jubileum Europees voetbal gespeeld. Hoe flegmatiek Hertha ook mag zijn, ze delen hun gevoel voor traditie met de rest van het land.
Wees niet verbaasd als Hertha die Europa League dadelijk gewoon wint, en nog minder als de club binnen drie jaar weer uit de Bundesliga dondert. Zo gaan de zaken nou eenmaal in Berlijn, de stad waar niemand zich druk maakt. Hoe zou je kunnen, met het verleden dat je op iedere straathoek bij de keel grijpt. Bij Hertha komt het uiteindelijk allemaal goed.

