Een carrière met clubs in de KKD en dan na tweeënhalf jaar zonder wedstrijd een stap naar Azië maken. Het klinkt als een raar verhaal, maar het werd werkelijkheid voor Ahannach. Een verhaal dat uitleg nodig heeft, begrijpt hij als we hem spreken op zijn vrije maandag. “De vraag hoe ik hier beland ben, krijg ik heel vaak. Op vakantie in Marokko trainde ik met een lokaal team. Daarnaast voetbalde ik er op straat en pleintjes. Daar kwam ik Adnan Barakat tegen. Hij is familie van mij." Barakat, die in Nederland voetbalde voor NAC Breda, SC Cambuur en FC Den Bosch voordat hij aan een avontuur in Azië begon, was onder de indruk van Ahannach. "Hij had mij nog nooit in het echt zien voetballen en was verbaasd dat ik nog zonder club zat. Toen vroeg hij uit het niets of ik in Thailand wilde voetballen. Nou, waarom niet? De volgende ochtend belde hij al met nieuws. Hij had zijn oude club gebeld, Muangthong United. De club twijfelde nog vanwege mijn verleden met veel blessures en omdat ik lang niet had gespeeld. Maar een dag later kreeg ik een ticket en kon ik die kant op.”
Eenmaal in Thailand was de club snel overtuigd van zijn kwaliteiten. “Het niveau is anders dan in Nederland: het tempo en vooral de omstandigheden (weersomstandigheden en veld, red.) maken een groot verschil. Onder Nederlandse omstandigheden zou Almere City of FC Den Bosch hier makkelijk in de top drie meedraaien, maar als je ze in deze omstandigheden zet, zijn ze eerder een lage middenmoter.”
Mentaliteit en bespreking in het Servisch
Ook Ahannach moest wennen aan de velden. Net als aan de mentaliteit van zijn medespelers. “Ze zijn minder professioneel. Wat luier. Ze doen alles op hun gemak. Ik kom uit de opleiding van Ajax en heb bij Almere en FC Den Bosch gespeeld. Vooral bij die eerste twee clubs was professionaliteit een must. Zo ben ik opgegroeid en opgeleid. Dan kom je hier en is het allesbehalve dat. Het wordt je niet in de schoot geworpen.”
Als gevolg van de mentaliteit van de Thaise spelers, of beter gezegd het gebrek daaraan, gaat Ahannach meer om met de andere buitenlandse spelers. Regels in Thailand schrijven voor dat clubs maximaal zeven buitenlanders mogen inschrijven. “Van die zeven mogen er vijf tegelijk spelen en moeten er twee op de bank zitten. De rest bestaat uit Thai." Zijn Europese mindset herkent Ahannach alleen bij de andere buitenlandse spelers. "Wij nemen elkaar daarin mee. De Thaise jongens hebben een andere routine en een andere beleving van professionaliteit. Sommige jongens pakken dingen relaxter aan en ik moest daarin mijn weg vinden. Ik probeer vooral het goede voorbeeld te geven en te helpen maar ik heb geleerd dat je niet alles kunt veranderen, dus ik focus op wat ik zelf kan beïnvloeden. Die ‘chille’ mentaliteit kan ik ergens ook wel vergelijken met hoe ik was toen ik nog een jonge speler bij Almere City FC was en dat is ook begrijpelijk, omdat onze Thaise spelers best jong zijn.”
Engels is niet de enige taal naast Thais die wordt gesproken binnen het team. “We hadden eerst een Thaise trainer, die best goed Engels sprak. Hij deed de bespreking eerst in het Engels en daarna in het Thais. Nu hebben we een trainer uit Servië. Die spreekt wel Engels, maar kiest ervoor om het in zijn eigen taal te doen, omdat hij het dan beter kan overbrengen. Dan gaat zijn assistent, die ook Servisch is, het vertalen naar het Engels. Als laatste is er dan iemand die het ook nog in het Thais uitlegt. Dus we hebben lange besprekingen”, grapt Ahannach.
Leven in Thailand
Voor de middenvelder was de stap naar Thailand tweeledig. Allereerst kon hij daar eindelijk weer écht voetballen en wedstrijden spelen, maar hij is ook eerlijk als hij zegt dat het financieel ook gunstig was. “Voor mij was dit vooral een stap om weer ritme, wedstrijden en plezier te krijgen, en om mezelf opnieuw te bewijzen. Ik heb respect voor elke route: de één kiest voor de KKD, de ander voor een avontuur in het buitenland. Je hoort vaak kritiek als spelers naar het buitenland gaan, zeker richting het Midden-Oosten, maar in mijn geval kwam het in Nederland op dat moment gewoon niet echt rond. En uiteindelijk is voetbal niet alleen je hobby, het is ook je werk: aan het eind van de dag betaalt niemand anders jouw vaste lasten of maakt niemand anders jouw dromen waar, dat moet je zelf doen.”
Naast het financiële aspect geniet de in Amsterdam geboren Ahannach volop van het leven in het Aziatische land. “Ik voel me hier echt op m’n plek: goed eten, fijn weer en iedereen is vriendelijk. En dat zie je ook op straat: ze leven hier op een laag pitje en dat geeft echt een positieve vibe. Daardoor kan ik mijn focus nog meer op voetbal en mezelf leggen. Je merkt ook dat je voor relatief weinig geld al kwaliteit krijgt. En eerlijk: als ik straks terugga naar Nederland, denk ik dat ik weer even moet wennen aan die prijzen.”
Hoofdpijn
Die positieve vibe verraste Ahannach het meest. “Iedereen is zo rustig en vriendelijk, waar je ook komt. In Nederland is contact soms wat sneller en directer, en daar moet ik soms weer even aan wennen als een caissière haar dag niet heeft, kan ze soms best chagrijnig zijn of je niet aankijken. Hier zijn mensen heel servicegericht en beleefd: ze groeten je bij binnenkomst en als je weggaat, echt vriendelijk en oprecht. Je merkt het ook op straat: veel mensen zijn vrolijk en positief. Dat neem ik ook over; je wordt er zelf rustiger van.’ Daardoor zijn gesprekken met mensen in Nederland soms weer even schakelen voor Ahannach. ‘Als ik hoor hoe druk iedereen is en wat ze nog allemaal moeten regelen, dan voel ik meteen weer alle prikkels en daar kan ik soms echt een beetje hoofdpijn van krijgen.”
Over prikkels gesproken: Bangkok is voor Ahannach ook even schakelen. Het is vanaf de club zo’n twintig minuten rijden naar de wereldstad, maar de middenvelder onderneemt die reis maar zelden. “Die stad is zo druk en vraagt veel energie. De malls zijn natuurlijk heel mooi, dus in het begin ben ik daar wel een aantal keren geweest, maar nu probeer ik mijn energie beter te bewaren.
Applaus van Ultra's tegenstander
Op straat wordt Ahannach veelvuldig herkend. “Zelfs terwijl ik hier pas net ben. Ze komen allemaal naar me toe en ze willen met me op de foto. Ze zijn hier wel wat meer voetbalgek dan in Nederland, denk ik.” De liefde die hij krijgt doet Ahannach goed. Hij houdt alle opties open, maar zit hier nu goed. “De mensen hier zijn gek op voetbal en ze geven je snel dat gevoel van steun, zelfs als je net binnen bent. In Nederland is de druk hoog en zijn media en fans vaak directer; als je niet levert, word je sneller uitgefloten en hoor je soms ook nare woorden. Tegelijk ben ik juist heel dankbaar voor mijn opleiding in Nederland: daar heb ik onder andere intensiteit en professionaliteit geleerd, en die basis helpt me nu nog steeds. Ik kan dat hier toepassen om mezelf scherp te houden, elke dag weer. Hier blijven de fans je ook na mindere wedstrijden motiveren. Inmiddels heb ik al vier keer gescoord en weten de fans wat ze aan mij hebben.”
Het meest opmerkelijke aan het Thaise voetbal speelt zich na de wedstrijd af. “Na elke wedstrijd gaan we naar de fans en dan zingen ze voor ons, of we nou gewonnen hebben of niet. Soms staan we daar tien minuten. Daarna maken we nog een rondje voor de fans van de tegenstanders. Zelfs de ultra's van de tegenstander zingen dan voor ons. Dan voel je je net een superster.”


