Als Willy en René Van de Kerkhof (68) zich van Renés businessroom naar het PSV-museum begeven, lopen de broers tegen een klein obstakel aan. We willen een foto maken met de gezamenlijk gewonnen UEFA Cup in 1978, een van de twee Europese hoofdprijzen uit de geschiedenis van de club. De tocht naar die beker leidt langs een grote selectiefoto aan de Oosttribune van het Philips Stadion, waar omstanders op een stoeltje kunnen zitten en zodoende Mark van Bommel ogenschijnlijk vervangen als hoofdtrainer van PSV. Ludiek, maar waar rook is, is vuur: de trainer wordt drie dagen na het interview ontslagen.
Een buitenlandse toerist solliciteert naar de functie van nieuwe PSV-trainer en zijn reisgenote staat met mobiel klaar om dat moment te vereeuwigen. Fotograaf en verslaggever omzeilen het duo met ruime boog, maar Willy en René lopen stoïcijns door het fotomoment heen. Ietwat geïrriteerd kijkt de toerist de broers achterna. Moesten die voormalig WK-finalisten, samen goed voor 110 interlands in Oranje, 25 seizoenen in PSV-shirt en twee nominaties in de in 2004 door Pelé opgezette lijst van 125 beste, op dat moment levende voetbalspelers, nou echt zijn foto verpesten?
Foto: De gebroeders zijn niet verrast. “Jongere mensen hebben toch geen idee wie wij zijn?”, vraagt René retorisch. “Ik heb zes kleinkinderen en de oudste is zeven. Youp. Hij speelt bij DVS in Aalst. Ik ga iedere zaterdag bij hem kijken. Ik zeg weleens tegen hem dat ik in twee WK-finales heb gespeeld. Dan zegt hij: ‘Oké opa, laten we gaan voetballen!’ Hij vindt het leuk dat ik voor PSV heb gespeeld. Maar dat had net zo goed in het derde elftal kunnen zijn. Het besef is er nog niet.”
Willy: “Ik heb tien kleinkinderen, van wie de oudste zeventien is. Bij degenen die ouder zijn dan een jaar of vijftien, zie ik nu een besef komen van: verdomd, opa was echt goed. Dan krijgen ze toch iets meer respect voor je. Zijn ze trots op het feit dat opa vroeger een goede voetballer was. Mijn oudste kleinzoon Quinten speelt bij FC Eindhoven. Hij is een vaste reserve bij het eerste elftal en heeft een paar wedstrijden meegedaan. Hij is snel, sterk en lang. Technisch en tactisch goed. Met hem praat ik veel over voetbal. André Ooijer, mijn schoonzoon en zijn oom, doet dat ook. Ik zou het leuk vinden als hij het betaald voetbal haalt. Want komen is één en blijven is twee. Gelukkig draagt hij zijn vaders achternaam, Huybers, en niet die van mij. Dat levert minder druk op.”
Het hele interview is te lezen in ELF nummer 1, die sinds vrijdag voor € 6,99 in de winkelschappen ligt. Daarin vertellen de gebroeders Van de Kerkhof wat hun tegenwoordig bezighoudt en hoe zij omgaan met hun verleden als topvoetballer. De verdere inhoud van het blad vindt u hier.


