Met het zetten van zijn krabbel onder een contract in Waalwijk ging Lamprou een zesde avontuur aan in Nederland. Bij Feyenoord, Excelsior, Ajax en Vitesse was hij voornamelijk reserve, maar in de drie jaren bij Willem II toonde Lamprou aan het niveau van de Eredivisie aan te kunnen. Bij RKC hoopt hij weer het beste van zichzelf te tonen aan Nederland. “Het bevalt goed bij de club”, begint hij tegen ELF Voetbal. “We hebben een leuke groep en er wordt op hoog niveau getraind. Ik ben bovendien iemand die zich makkelijk en snel aanpast in een groep. Ik kende James Efmorfidis een beetje en Daan Rienstra ook, maar die is inmiddels vertrokken naar Griekenland. Door de coronamaatregelen zitten we voornamelijk met dezelfde spelers aan tafel. Sommige jongens kom ik alleen op het veld tegen.”
Foto: Fred Grim
Hoewel Lamprou bij Ajax en Feyenoord de luxe van een topclub heeft meegemaakt, is hij meer dan tevreden wat betreft de randvoorwaarden in Waalwijk. “Ik hecht waarde aan een goede omgeving. In Nederland is het over het algemeen goed geregeld. Bij RKC ziet het er ook goed uit. De dag dat ik tekende kreeg ik uitleg over de werkwijze. Dat gaf me een positief gevoel. Natuurlijk is het bij grote clubs nog beter geregeld, maar daarmee heb ik niet zoveel moeite. Bij Ajax hadden we bijvoorbeeld een uitgebreidere lunch of zijn de kleedkamers groter. Maar dat is niet per se nodig. Alle dingen die wel nodig zijn om beter te presteren zijn aanwezig. De basis bij RKC is uitstekend.”
Ook het kennismakingsgesprek met trainer Fred Grim is voor Lamprou een reden om te tekenen bij RKC Waalwijk. “Dat was een positief gesprek. Het is niet dat één specifiek iets me aansprak, maar gewoon zijn algehele voorkomen is fijn. Hij vertelde me een goede keeper te vinden. Natuurlijk is het mijn bedoeling om een heel jaar te spelen. Ik verwacht dat ik de best mogelijke Kostas neer ga zetten. Als team verwacht ik dat we in de Eredivisie blijven. Toen RKC kwam, dacht ik: daar ga ik heen. Ik wilde niet te lang wachten gezien de coronatijd en heb de knoop dus snel doorgehakt.”
Zijn mindere seizoen bij Vitesse speelde eveneens mee in de keuze om snel een contract te ondertekenen. “Vorig jaar was frustrerend, want ik had verwacht dat ik meer zou gaan spelen bij Vitesse. Maar ik moet eerlijk toegeven dat Remko Pasveer gewoon een uitstekend seizoen keepte. Soms moet je met zo’n situatie om kunnen gaan. Ik ben dan ook iedere dag keihard blijven trainen. Alleen kom je op een gegeven moment op een punt dat je keihard kunt werken, maar het geen verschil maakt. Ik heb momenten gehad dat ik het heel moeilijk vond. Het gevoel schommelde een beetje op en neer.”
Foto: Autorijden
Op die moeilijke momenten raadpleegt Lamprou vooral keeperstrainer Raimond van der Gouw. “Aan mij kun je het makkelijk zien als ik ergens mee zit. Aan mijn lichaamstaal. Soms ging ik in gesprek met Raimond om te vertellen dat ik ergens mee zat. Mede daardoor heb ik geleerd om mijn ding te blijven doen. Je kunt blijven zeuren, maar als het toch niet verandert, is het beter om los te laten. Niet in het negatieve blijven hangen. Op wedstrijddagen bereidde ik me altijd voor alsof ik zou gaan spelen. Je weet nooit wat er kan gebeuren. Als je invalt dan moet je wel gefocust zijn, want anders zou je je eigen kans vergooien. Maar het was niet altijd makkelijk.”
Het seizoen in Arnhem is verleden tijd. Hoewel de omgeving anders is, is het dagelijkse leven van Lamprou niet significant veranderd. “Ik woon nog steeds in Amstelveen. Ik rijd op en neer naar de club. Dat heb ik bij Vitesse ook gedaan. Het is een klein uurtje, maar ik vind autorijden niet erg. Na de training vind ik het juist een rustmoment. ’s Morgens rijd ik altijd op tijd weg, zodat ik me niet hoef te haasten. Ik kom op tijd aan en drink rustig mijn koffietje voordat we aan de slag gaan. Met Griekse radio of een belletje met mijn ouders is het uurtje zo om.”


