Goede spitsen en Willem II gingen hand in hand de afgelopen decennia, met Vangelis Pavlidis, Alexander Isak en Sol voorop. Twee van hen spelen dit seizoen Champions League. De 33-jarige spits verruilde afgelopen zomer het Cypriotische AEK Larnaca voor de Spaanse derdedivisionist Hércules CF. Sol en zijn werkgever op Cyprus mondde uit in een mislukt huwelijk. “Ik speelde niet zoveel als ik zou willen. Toch maakte ik vorig seizoen nog zes doelpunten, maar ik kom hiermee niet in de buurt van mijn goals in de Eredivisie (2016-2019 red.) gok ik.” Die inschatting klopt als een bus. Sol scoorde in de Nederlandse competitie 1,7 keer sneller dan in andere eerste divisies. De Eredivisie staat op Sols lijf geschreven en de Spaanse publiekslieveling liet in de pers al eens doorschemeren terug te willen keren in Tilburg. “Mijn gezin en ik voelden de liefde van de fans.”
Nederlands trainen
De Nederlandse voetbalschool is een vak apart. Veel aandacht voor jeugdopleidingen, het aanvallend ingestelde 4-3-3-systeem en het doel veelvuldig onder vuur nemen op trainingen. Deze karakteristieke stijl bleef voor Sol niet onopgemerkt, en met name dat derde aspect beviel de Spanjaard. “Veel Eredivisie-teams hebben een spitsentrainer, ook Willem II toen ik er speelde. Dit is echt niet vanzelfsprekend. Sterker: ik heb tot nu toe bij elf clubs gespeeld, waarvan Willem II de enige was met een spitsentrainer.” Het specificeren van afwerken heeft veel invloed gehad op het Real Madrid-jeugdproduct. “Hierdoor worden wij spitsen extra gretig en efficiënt. Ik heb heel veel baat gehad bij het werken met een spitsentrainer.” Dat staat in schril contrast met de Cypriotische trainingsfilosofie. "Op Cyprus schoten we amper tot niet op trainingen. Als spelers dat wilden, moesten ze dat achteraf zelf doen. Maar dan wordt er vanaf de zestien op doel geschoten: totaal niet wedstrijdecht.”
Foto: Pro ShotsOp het matje
Ondanks alle afwerkvormen op de velden achter het Koning Willem II stadion, kende Sol ook minder doelpuntrijke weken. En als je als spits een tijd niet scoort, liggen sensationele krantenkoppen gauw op de loer. “Een journalist schreef het aantal achtereenvolgende minuten dat ik niet had gescoord in de krant. Dat was niet leuk om te lezen en legde me druk op. Aan de andere kant gebruik ik die druk om mijn doelpunten te maken.” Toenmalig Willem II-trainer Erwin van de Looi krabde zich destijds achter de oren. “Van de Looi riep me bij zich in zijn kantoor. Hij vroeg of er iets aan de hand was, iets in mijn privé-situatie bijvoorbeeld. Ik zei dat er niets speelde; dat was ook zo. Daarna liet hij me videobeelden zien, zowel van andere spitsen als van mezelf, om te kijken wat ik beter kon doen.” En met succes. “De trainer hield vertrouwen en bleef me opstellen. Kort daarna maakte ik een hattrick. Vanaf toen begon ik weer structureel te scoren.” De ketchupfles-theorie werd een feit voor de killer die uiteindelijk 47 treffers voor de Tricolores zou maken, mede dankzij het geduld van Van der Looi. Opnieuw een wereld van verschil met voetballen op het zonovergoten eiland in de Middellandse Zee. “Op Cyprus hebben trainers veel minder geduld. Als je na vijftig minuten niet hebt gescoord, wordt je al gewisseld.”
Dat vertrouwen is onmisbaar voor het maken van doelpunten, wat Sol betreft. “Ik ben een speler die het geloof van de trainer nodig heeft. Als ik weet dat ik de hele wedstrijd zal spelen, weet ik dat ik ga scoren.” Wat daarin niet meehielp was de invoering van de vijf wissel regeling door toedoen van de Corona pandemie. “Spitsen worden sindsdien regelmatig rond minuut 60 gewisseld. Deze regeling heeft mijn doelpuntenaantal beïnvloed, op Cyprus in het bijzonder.”
Weer
Sol is Spaans voor zon. Een blik op de huid van de Spaans jeugdinternational leert dat hij in zijn vrije tijd regelmatig in de zon van zijn vaderland te vinden is, net als bij zijn vorige werkgever. “Ik genoot samen met mijn familie van het wonen op Cyprus. Het weer is er fantastisch.” Ondanks zijn achternaam, is dit totaal anders zodra de scheidsrechter op zijn fluitje blaast. “Ik ben een relatief zware voetballer (80 kg, red.). Mede daardoor ligt de hitte mij niet zo tijdens het voetballen. Buiten het veld hou ik van de zon, maar tijdens een wedstrijd of training allesbehalve. Het koudere weer in Nederland zorgde ervoor dat ik me scherper en beter voelde, en is het beste voetbalweer wat mij betreft.
Foto: Pro ShotsToch is niet alles over voetballen in Nederland hosanna in het belgesprek met de oud-Oekrains kampioen met Dynamo Kiev. Althans, voor spitsen misschien juist wel. Sol is ervan overtuigd dat het veel voetballend proberen op te lossen, te ver wordt doorgevoerd in de Eredivisie. “Eredivisie-verdedigers zijn heel erg gefocust op het heroveren van de bal om zo snel mogelijk weer op te bouwen van achteruit. Misschien zorgt die pure focus op balbezit ervoor dat ze minder bezig zijn met de daadwerkelijke essentie van verdedigen, wat het voor een spits makkelijker maakt om doelpunten te maken.” Mocht Sol later trainer worden, ligt een deel van zijn visie alvast op straat. “Constant onder de druk uit willen voetballen, resulteert niet in meer doelpunten voor. In plaats daarvan levert het meer tegendoelpunten op. Je kan bijvoorbeeld 88 minuten prachtig voetbal spelen, één fout achterin maken en punten verliezen.”
Paradijs voor spitsen?
Al met al is de stempel spitsenparadijs geen onterechte volgens Sol die de Eredivisie als warm bad ervaarde. “Spitsen in deze competitie zijn zelfverzekerder dan in andere competities. Om meerdere redenen, maar vooral door de werkwijze van een Nederlandse trainersstaf. De focus ligt nadrukkelijk op afwerken. Nederlandse clubs werken met specifieke spitsentrainers, wat allesbehalve vanzelfsprekend is. De Eredivisie kan zeker als paradijs voor spitsen worden gezien.” Of de held van de Kruikenstad ooit nog in de Eredivisie te bewonderen zal zijn, zal de tijd uitwijzen.
Sol zou nou nog net geen Nederlands paspoort nemen vanwege zijn fijne tijd in de Eredivisie. Finnbogason ontwikkelde zich op het hoogste niveau in Nederland tot de killer die hij de rest van zijn carrière zou zijn. Dalmau miste de afslag naar een betere competitie via het opstapje dat de Eredivisie daartoe kan zijn nipt. Sierhuis komt vooralsnog in de Nederlandse competitie beter tot zijn recht dan in de Franse. Al met al verschillende antwoorden en verhalen, maar dat de Nederlandse competitie een gunstige omgeving is voor spitsen om zelfvertrouwen te verkrijgen, is een gemeenschappelijk thema. Paradijs voor spitsen of niet, de Eredivisie lijkt de ideale kweekvijver van vertrouwen voor spitsen.


