Fortes loopt al heel wat jaartjes rond in het Nederlandse profvoetbal. Daarin heeft hij van alles meegemaakt. Of het nou bij De Graafschap is of Excelsior, de verdediger wist overal wat geintjes uit te halen. Voor sommige dingen is een geintje zelfs een te klein woord. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat Donny Warmerdam aan de beurt was om zijn verhalen te delen. Hij legde uit dat hij in zijn, tot nu toe, korte carrière nog te weinig heeft meegemaakt om te vertellen, hij geeft het stokje door aan Fortes. Te weinig meegemaakt? Daar heeft Fortes een andere kijk op. “Nou? Ik denk dat Donny in twee jaar tijd genoeg had meegemaakt. Dat ging er soms best heftig aan toe!” Fortes en Warmerdam speelden samen bij De Graafschap. “Maar wel altijd op een goede manier. We hadden een groepje dat constant fratsen uithaalde. Dan was het altijd de vraag: wie heeft dit nu weer gedaan? We hadden een bioscoop bij De Graafschap. Daar hielden we een soort vergaderingen! Dat werd echt een dingetje.”
De bioscoop
De bioscoop van De Graafschap. Wanneer Fortes erover begint te praten, klinkt het haast als een mythische plek. “Je moest een top drie maken; negen van de tien keer had je Alexander Büttner op één of twee staan. Dan ging je iedereen langs en vroeg je waar ze waren geweest en wat hun alibi was. Uiteindelijk moest je erachter komen wie het was.” Soms vergde het wat creativiteit om erachter te komen wie de boosdoener was. “Ik weet niet precies meer wat ze hadden gedaan. In de bioscoop hadden we weer een vergadering met ons groepje. Ik moest en zou erachter komen wie iets bij mij had geflikt. Ik vroeg op de man af wie het had gedaan, maar niemand trok zijn mond open. Dat pikte ik niet. Waar ik vandaan kom, laten we dit soort dingen niet zomaar gebeuren. Ik zei tegen ze: “Ik ga zo naar buiten. Als ik terugkom, wil ik antwoorden hebben.” Ik was ze te slim af. Ik had mijn telefoon daar laten liggen en alles opgenomen. Toen ik terugkwam, gaf ik ze nog één kans om toe te geven wie het was. Ik legde uit dat ik alles had opgenomen. Zo kwam ik erachter dat het Giovanni Büttner was.”
Foto: Pro ShotsWarmerdam
Bij De Graafschap was het nooit rustig, zo vertelt Fortes. Ook Warmerdam moest eraan geloven. “Als er iemand is die iets heeft meegemaakt, dan was Donny het zelf wel! Hij is wel eens te grazen genomen, ja. We hebben het over een klassieker: hete balsem in de boxer! Hij wilde naar huis gaan. Iedereen uit ons groepje was al naar huis. De neefjes Büttner, Tristan van Gilst, Rio Hillen en ik waren net weg. Donny wilde ook naar huis gaan, maar toen hij net wegging draaide hij ineens weer om, rechtstreeks terug naar de club. Hij liep terug naar de fysio en zei: 'Wat is dit? Mijn ballen beginnen te branden!' Daarna videobelde hij mij, met ijs bij zijn zak. Met een zielig stemmetje vroeg hij: 'Jeff, heb jij dit gedaan? Ik kan niet meer.' Hij had een bepaalde gezichtsuitdrukking waar ik heel erg van genoot. Toen kwam ik echt niet meer bij.”
“Bij De Graafschap was het wel heel intens”, vertelt de verdediger. “Dat vind ik echt prachtig. Kleedkamerhumor hoort erbij. Het zorgt voor een hele goede gemoedstoestand. Het zorgt voor een hele goede sfeer.” Wie was er bij De Graafschap de echte plaaggeest? “Absoluut Büttner. Giovanni kon er ook wel wat van, maar Alexander al helemaal. Maar ook jongens als Basar Önal en Philip Brittijn, dat waren dan de ‘onschuldige jongens’. Zij konden met ongeveer alles wegkomen. Het ergste wat Alexander Büttner had gedaan? Dat kan ik niet zeggen, dan expose ik hem!”
Hollmann
Zelfs de medische staf moest eraan geloven bij de Superboeren. “We moesten fysio Sander Hollmann te pakken krijgen. We hadden zijn autosleutels en zetten zijn auto ergens anders neer. Hollmann had geen idee wie het had gedaan, want de camerabeelden waren zogenaamd niet beschikbaar. Hij dacht eerst dat collega Jasper Steens het was en probeerde hem terug te pakken terwijl alles stiekem wél op camera stond. Later lieten we het filmpje zien op een grote tv, met een grappig cartoondeuntje eronder. Hollmann zag zichzelf en kon alleen maar zeggen: 'Ojee, ik ben gepakt.'”
Foto: Pro ShotsBij de andere clubs waar Fortes speelde, gebeurde er ook genoeg. Als hij begint te vertellen kan hij zijn lach niet verbergen. “Een tijdje terug, bij Excelsior, kwam Jurgen Mattheij aangelopen in een Coca-Colatrui! De keer daarop, bij de training, liep hij naar zijn plek. Overal zaten Colablikjes vast getapet. Daar kon hij wel om lachen.” Niet alleen bij Excelsior was het lachen geblazen. “Bij Dordrecht hadden we een grap uitgehaald op Sai van Wermeskerken. Hij stond er bij ons om bekend dat hij altijd zijn haren föhnde. Je raadt het al: een paar jongens had poeder in die föhn gedaan. Zijn hele haren waren wit!”
Kleedkamerhumor, of überhaupt humor, is cruciaal in een wereld zo hard als de voetballerij. “Als je een beetje kan dollen met elkaar, dan bloeien jongens ook echt op. Dat is prachtig om te zien. Je leert een andere kant van iemand kennen. Ook voor de jongere gasten is het heel mooi. Zij moeten gewoon klootzakjes zijn af en toe. Dat speelse moet erin zitten, de voetbalwereld is keihard namelijk. Soms vergeten mensen dat ze te maken hebben met jonge jongens; het zijn gewoon kinderen. Op het moment dat jij je debuut maakt, lever je je ‘kinderpaspoort’ in. Het gaat altijd om presteren. Tussen al die meningen in is het mooi om af en toe een grapje te maken.”
Jeffry Fortes geeft voor volgende keer het stokje door aan aanvaller Ralf Seuntjens.


