Maar misschien waren die regels te streng. En dus wordt voorzichtig gesproken over versoepeling of een 'meer praktische' regelgeving rond gokreclame. Wat zou dat concreet betekenen voor clubs, fans en de sport zelf? We zetten de mogelijke gevolgen op een rij.
Van tolerantie naar verbod
De laatste vijf jaar ging het snel. Eerst zag je overal reclame voor 50 gratis spins zonder storting, megabonussen en VIP-programma's. Maar al heel snel beperkten overheden in Europa gokreclame om jongeren te beschermen en gokverslaving te verminderen. Zo voerde Nederland in 2025 een volledig verbod op sportsponsoring door gokbedrijven in. Clubs mochten geen deals meer sluiten met gokplatforms en alle bestaande contracten moesten verdwijnen. Dat had enorme financiële gevolgen: heel wat clubs hadden voordien een gokpartner en de inkomsten zouden bijgevolg met tientallen miljoenen euro’s dalen.
Het was niet alleen Nederland dat strenger optrad tegen gokreclame. In België mochten er geen logo's meer voorkomen op de voorkant van sportshirts en er gold een verbod rond gokreclame in stadions. En in de Engelse Premier League komt er een verbod op shirtsponsoring door bookmakers vanaf seizoen 2026-27, na hevige maatschappelijke kritiek.
Voetbal moest 'ontgokt' worden.
Het werkte… misschien té goed
Het probleem: voetbal bleek financieel afhankelijk van gokgeld. Europees onderzoek toonde aan dat 296 van de 442 topclubs minstens één gokpartner hadden. Wanneer die inkomsten wegvallen, gebeurt er iets voorspelbaars:
- clubs zoeken alternatieve sponsors (crypto of obscure buitenlandse merken)
- kleine clubs krijgen financiële problemen
- en fans betalen indirect via hogere ticketprijzen
In Nederland werd expliciet gewaarschuwd dat het wegvallen van gokdeals een groot inkomstenverlies zou betekenen voor clubs. De regels beschermden met andere woorden de supporters, maar brachten de clubs zelf in gevaar.
Waarom is versoepeling nu weer bespreekbaar?
Overheden hebben tegenwoordig oog voor drie onbedoelde effecten van het strenge verbod
A. Illegale goksites krijgen meer macht
Wanneer legale bedrijven niet meer zichtbaar zijn, verdwijnen gokkers niet; ze verplaatsen zich. Onderzoek in België wees uit dat jongeren uitwijken naar illegale websites om leeftijdsgrenzen te omzeilen. Zonder controles, limieten of hulpmechanismen komen ze juist in een minder veilige omgeving terecht. Dat is precies het tegenovergestelde van wat de wet wilde bereiken.
B. Clubs zoeken achterpoortjes
Clubs stoppen niet met reclame, ze veranderen alleen het etiket. In heel Europa duiken dubieuze constructies op via mediaplatforms, nieuwswebsites of 'fan-communities'. Op papier hebben ze niets met gokken te maken, tot je ietsje verder graaft en ontdekt dat ze in werkelijkheid vaak dezelfde gokbedrijven promoten.
C. De financiële ongelijkheid groeit
Topclubs vinden makkelijker alternatieve sponsors via internationale merken, grote partners en commerciële deals. Kleinere clubs hebben die luxe niet. Zij verloren een belangrijke inkomstenbron en kunnen die moeilijk vervangen. De financiële kloof binnen het voetbal wordt dus groter.
Wat kan een versoepeling concreet betekenen voor de voetbalwereld?
Stel dat regelgeving versoepelt, dan kan dit de voetbalwereld op verschillende manieren veranderen.
Ten eerste krijgen clubs opnieuw ademruimte. Voor veel teams is gokgeld een belangrijke inkomstenbron. Zonder die inkomsten moesten clubs besparen op onder meer de jeugdopleiding, het stadiononderhoud of transfers. Een gedeeltelijke terugkeer van gokreclame zou vooral middenmoters en kleinere clubs helpen.
Fans zullen waarschijnlijk opnieuw vaker worden geconfronteerd met gokreclames voor de LuckyGem casino bonus op T-shirts, in stadions en in uitzendingen. Critici noemen dat zorgwekkend, vooral voor jongeren. Wanneer gokken voortdurend naast sportprestaties wordt gepresenteerd, vrezen ze dat het voor jonge kijkers onderdeel van de sportcultuur wordt, iets wat 'erbij hoort' in plaats van een activiteit met duidelijke risico’s.
Voorstanders zien dat anders. Zij stellen dat een totaalverbod vooral symbolisch is en in de praktijk weinig effect heeft, omdat reclame via buitenlandse zenders, social media en influencers toch zijn weg vindt naar het publiek. Regulering, met duidelijke waarschuwingen, tijdsbeperkingen en toezicht, zou volgens hen realistischer zijn en beter beschermen tegen problematisch gedrag.
De echte vraag: hoort gokken thuis in voetbal?
Wedden op wedstrijden bestond al lang voordat er professionele competities, tv-rechten of miljoenencontracten waren. Supporters gokten informeel op de uitslag, cafés organiseerden pools en kranten publiceerden quoteringen. Gokken was geen industrie, maar een sociale randactiviteit.
In het moderne voetbal is dat fundamenteel veranderd. Door globalisering, commercialisering en marketing werd wedden niet langer een bijproduct van de sport, maar een geïntegreerd onderdeel ervan. Het was overal aanwezig: op shirts, in stadions en in live-statistieken.
De komende jaren zullen waarschijnlijk niet uitmonden in een totaalverbod en ook niet in volledige vrijheid. Wat zich aftekent is een middenweg: gereguleerde zichtbaarheid. Geen alles-of-nietsbeleid, maar een model waarin gokbedrijven aanwezig mogen zijn onder duidelijke voorwaarden over timing, doelgroep, intensiteit en context.
De mogelijke versoepeling van gokreclame moet in dat licht worden gezien. Het is een correctie na een periode van zeer strikte beperkingen. Volledig verbieden bleek financieel moeilijk houdbaar voor competities en clubs, terwijl volledige liberalisering maatschappelijk onaanvaardbaar werd.
Of supporters daar beter van worden, hangt uiteindelijk niet af van hoeveel reclame er verschijnt, maar van hoe intelligent die gereguleerd wordt: minder gericht op jongeren, minder dominant in de wedstrijd en duidelijk gescheiden van redactionele content. Eén ding staat vast: de relatie tussen voetbal en gokken verdwijnt niet; ze wordt voortdurend opnieuw onderhandeld.


