Moder miste de volledige eerste seizoenshelft, maar ook vóór zijn blessure was hij al van grote waarde in Rotterdam. Sinds zijn komst in januari 2025 van Brighton & Hove Albion groeide hij razendsnel uit tot een vaste waarde, eerst onder Brian Priske en later onder Van Persie. Feyenoord betaalde iets meer dan een miljoen euro voor de Pool, wat al snel werd gezien als een buitenkans. Velen vroegen zich af hoe Brighton hem zo makkelijk had laten gaan.
Die situatie had alles te maken met zijn periode in Engeland. Moder kampte met zwaar blessureleed en stond negentien maanden langs de kant door een knieblessure. Na zijn terugkeer in november 2023 kwam hij nauwelijks nog in actie, mede door de stevige concurrentie op het middenveld bij Brighton. Daardoor leek zijn rol uitgespeeld, terwijl hij eerder bij Lech Poznan juist was doorgebroken en zich in de kijker speelde van meerdere clubs, waaronder Feyenoord. Zijn transfer van elf miljoen euro naar de Premier League-club kwam destijds dan ook niet uit de lucht vallen.
Foto: Pro ShotsDoor zijn contractsituatie (nog een half jaar te gaan) en zijn blessureverleden zag Feyenoord een kans. Technisch directeur Dennis te Kloese sloeg toe en haalde Moder voor ongeveer anderhalf miljoen euro naar De Kuip, waar hij een contract tekende tot de zomer van 2028. Die investering betaalde zich direct uit. In zijn periode in Rotterdam was hij vrijwel onmisbaar: van de 28 selecties waarin hij zat, begon hij 26 keer in de basis. Alleen na zijn hernia werd hij twee keer als invaller gebracht om weer ritme op te doen.
Nu hij weer volledig fit is, laat Moder opnieuw zien waarom hij zo belangrijk is voor Feyenoord. Zijn sterke optredens zijn ook opgevallen in zijn thuisland, want hij is weer opgeroepen voor Polen. Daar wacht een cruciale periode met play-offs voor het laatste WK-ticket. Polen neemt het eerst op tegen Albanië en bij winst volgt een beslissende wedstrijd tegen Oekraïne of Zweden. Als die horde wordt genomen, plaatst Polen zich voor het WK en komt het terecht in een poule met het Nederlands elftal, Japan en Tunesië.
Foto: Pro Shots


