Het beeld is duidelijk: Zweden is sportief niet meer de ploeg van een paar jaar geleden. Het land is inmiddels afgezakt naar plek 41 van de FIFA-ranking, terwijl Polen 33e staat. Toch ligt het voor Nederland zelden zo simpel.
De onderlinge cijfers vertellen namelijk een ander verhaal. Nederland en Zweden troffen elkaar veertien keer in officiële interlands, waarbij Oranje zes keer won, vijf keer gelijkspeelde en drie keer verloor. Ook het doelsaldo (25-22) laat zien hoe klein de onderlinge verschillen zijn. In meer dan de helft van de duels slaagde Nederland er dus niet in om te winnen.
Dat staat in schril contrast met de ontmoetingen met Polen. Tegen Polen speelde Nederland 22 keer, waarvan het er tien won en slechts drie verloor. Bovendien is Oranje al sinds 1979 ongeslagen in deze onderlinge duels. Ook in recente jaren is het verschil duidelijk: Nederland won vier van de laatste vijf ontmoetingen en bleef ongeslagen.
Bijna 50 jaar ongeslagen
Waar wedstrijden tegen Polen voor Nederland vaak volgens verwachting verlopen, met controle en een duidelijke winnaar, blijven duels met Zweden opvallend vaak hangen in de marge. Ze leveren relatief veel gelijke spelen op en worden zelden overtuigend beslist.
Daarmee ontstaat een interessante tegenstelling. Zweden is op basis van vorm, resultaten en ranking de zwakkere ploeg, maar blijkt historisch juist een tegenstander waar Nederland minder grip op heeft. Polen oogt op papier sterker, maar is in de praktijk voor Oranje veel voorspelbaarder.
Voor Nederland maakt dat de afweging minder vanzelfsprekend dan hij lijkt. Wie naar de recente prestaties kijkt, hoopt op Zweden. Wie de cijfers erbij pakt, weet dat dat geen garantie is voor een eenvoudige wedstrijd en Polen de Nederlanders beter ligt.


