1. Spanje – Nederland 1-5 (2014)
Als we het hebben over extreme uitslagen op basis van de context, mag de openingswedstrijd van Oranje in de Braziliaanse hitte van Salvador niet ontbreken. Spanje was de regerend wereld- en Europees kampioen en de ploeg die Nederland vier jaar eerder nog pijn deed in de finale. Wat begon als een moeizame middag, ontaardde in een Oranje-extase.
Die fabelachtige snoekduik van Robin van Persie vlak voor rust veranderde alles. In de tweede helft werd de regerend wereldkampioen aan flarden gecounterd door het 5-3-2-systeem van Louis van Gaal. Arjen Robben liep Sergio Ramos er op pure snelheid herhaaldelijk uit, terwijl een stuntelende Iker Casillas de grip volledig kwijt was. Spanje werd in veertig minuten tijd kapot gespeeld. De uiteindelijke 1-5 sloeg in als een bom; het bleek het absolute einde van het Spaanse tiki-taka-tijdperk.
2. Spanje – Costa Rica 7-0 (2022)
Dat Spanje niet alleen kan incasseren maar zelf ook een historische vernedering kan uitdelen, lieten ze zien op het winter-WK van 2022 in Qatar. Costa Rica stond vooraf bekend als een stugge ploeg met de ervaren Keylor Navas in de goal, maar werd negentig minuten lang dolgedraaid in een Spaanse hogesnelheidstrein.
Het werd een masterclass in positiespel. Spanje voltooide meer dan duizend passes en liet Costa Rica werkelijk geen seconde aan de bal; de Colombianen losten de hele wedstrijd niet één schot op doel. Gavi (als jongste WK-doelpuntenmaker sinds Pelé), Ferran Torres en Dani Olmo swingden naar een sensationele 7-0. Het was de grootste WK-zege van Spanje ooit en een ongekende demonstratie van modern machtsvertoon.
3. Duitsland – Saoedi-Arabië 8-0 (2002)
Aan het begin van deze eeuw bewees Duitsland dat monsterscores ook in het moderne, tactische tijdperk nog heel goed mogelijk zijn. In het Japanse Sapporo speelde de ploeg van Rudi Völler in 2002 Saoedi-Arabië volledig aan gort.
Het werd de wedstrijd waarin de wereld voor het eerst écht kennismaakte met de legendarische Miroslav Klose. Met drie opeenvolgende, loepzuivere kopballen legde hij de basis voor een historische 8-0 demonstratie. Klose zou dat toernooi uiteindelijk de harten veroveren met zijn kenmerkende salto's, en legde hier de fundering om jaren later de topscorer aller tijden van de WK-historie te worden.
4. Hongarije – El Salvador 10-1 (1982)
Voor de puur cijfermatige extremiteit moeten we terug naar het WK van 1982 in Spanje. Het Hongarije van de jaren '80 had niet meer de glans uit de jaren '50, maar tegen WK-debutant El Salvador schoten ze met scherp. Hongarije won met maar liefst 10-1, tot op de dag van vandaag de enige keer dat een land dubbele cijfers haalde in een WK-wedstrijd.
Extra historisch detail: de Hongaar László Kiss viel in de tweede helft in en scoorde binnen zeven minuten een hattrick. Hij is nog altijd de enige invaller ooit die dat flikte op een WK. Ironisch genoeg vloog Hongarije er die groepsfase alsnog uit, wat deze krankzinnige score achteraf nóg bizarder maakt.
5. Joegoslavië – Zaïre 9-0 (1974)
Tijdens het WK van 1974 in West-Duitsland schreef het Afrikaanse Zaïre (nu DR Congo) geschiedenis, maar op de meest pijnlijke manier denkbaar. Nadat ze in hun eerste pouleduel nog knap met 'slechts' 2-0 hadden verloren van Schotland, sloeg het noodlot toe tegen het technisch superieure Joegoslavië.
Binnen twintig minuten stond het al 3-0, waarna de bondscoach van Zaïre in pure paniek besloot zijn keeper te wisselen. Het mocht niet baten: de Joegoslaven kenden geen genade, bleven gretig jagen en stapten uiteindelijk met een 9-0 overwinning van het veld. Het leidde tot grote politieke spanningen in het thuisland, waar dictator Mobutu de spelers dreigde hen nooit meer te verwelkomen als ze de volgende wedstrijd weer zwaar zouden verliezen.


