1. Johnny Rep - 7 doelpunten
Liefst vijf spelers moeten de tweede plaats met elkaar delen, maar Johnny Rep is baas boven baas. De Zaandammer was actief op de WK's van 1974 en 1978 en had op die eindrondes een neusje voor de goal. Op het WK van 1974 was hij tweemaal trefzeker in de openingswedstrijd tegen Uruguay, tegen Bulgarije en in een 4-0 declassering over Argentinië. Vier jaar later tilde Rep zijn doelpuntenproductie naar zeven, met Schotland en Oostenrijk als slachtoffers. Opvallend genoeg scoorde Rep 'maar' twaalf interlandgoals.
2. Dennis Bergkamp - 6 doelpunten
Ook de non-flying Dutchman was op twee WK-eindrondes actief. Hij verdeelde zijn doelpuntenproductie netjes over die twee zomers. In 1994 maakte de aanvaller zijn debuut op het WK en was het in zijn derde duel voor het eerst raak. Na 42 minuten verschalkte hij Marokko-doelman Zakaria Alaoui El-Achraf in een 1-2 zege. Op dat WK was hij ook trefzeker tegen Ierland en Brazilië. Nadat de openingswedstrijd van Nederland op het WK van 1998 in 0-0 eindigde, werd met 5-0 uitgehaald tegen Zuid-Korea, waarin Bergkamp de 3-0 voor zijn rekening nam. Vier dagen later was Joegoslavië aan de beurt, maar zijn meest fameuze WK-doelpunt volgde in de daaropvolgende kwartfinale tegen Argentinië. In de slotminuut controleerde de aanvaller een schitterende crosspass van Frank de Boer met souplesse, omspeelde met die actie mandekker Roberto Ayala, en kegelde de bal in de verre hoek: 2-1.
Foto: Pro Shots3. Rob Rensenbrink - 6 doelpunten
Helaas is de naam van Rob Rensenbrink voor eeuwig verbonden aan zijn bal op de paal in de finale van 1978, maar het Slangenmens heeft er mede dankzij zijn doelpunten voor gezorgd dat het Nederlands elftal in 1974 en 1978 überhaupt de finale wist te bereiken. Op het WK van 1974 opende Rensenbrink zijn rekening in het vierde duel. Na zestig minuten verdubbelde de pijlsnelle aanvaller de marge in het duel met Oost-Duitsland (0-2 zege). Daar bleef het op dat toernooi bij. De start op het WK van 1978 kon vervolgens niet beter, met een hattrick tegen Iran in het openingsduel (3-0). De aanvaller was net als Rep trefzeker in de 3-2 nederlaag tegen Schotland, waarna hij vanaf de stip scoorde tegen Zwitserland.
4. Arjen Robben - 6 doelpunten
In tegenstelling tot de vorige drie namen was Robben op drie verschillende WK-eindrondes actief: 2006, 2010 en 2014. En op ieder toernooi kwam zijn naam ook op het scorebord. Op zijn WK-debuut tegen Servië en Montenegro was het direct raak. Daar had hij maar achttien minuten voor nodig. Op het WK 2010 kampte hij aanvankelijk met een blessure, maar toch bleek hij weeral van onschatbare waarde met goals in de knock-out fase tegen Slowakije en Uruguay. Vier jaar later was hij misschien wel de beste speler van de nationale ploeg. Hij was de talisman in de 1-5 overwinning op Spanje en maakte het openingsdoelpunt tegen Australië.
Foto: Pro Shots5. Robin van Persie - 6 doelpunten
Ook voor Robin van Persie was het WK van 2006 in Duitsland de eerste. Op 16 juni 2006 was hij verantwoordelijk voor het openingsdoelpunt van Oranje in het duel met Ivoorkust: 2-1. Vier jaar later was de voormalig all-time topscorer van het Nederlands elftal enkel trefzeker tegen Kameroen. Het WK van 2014 was daarna verreweg zijn meest succesvolle WK-eindronde. Zijn kopbal tegen Spanje in het openingsduel ging de wereld over. Even later profiteerde hij van geschutter van Iker Casillas en in de wedstrijd om de derde plaats tegen Brazilië verzilverde hij een penalty.
6. Wesley Sneijder - 6 goals
De spelmaker van het Nederlands elftal is de voorlopig laatste speler die op zes doelpunten bleef steken. Dat heeft hij met name te danken aan zijn fantastische spel op het WK van 2010, waar hij een van de beste spelers van dat toernooi was. In totaal maakte hij dat toernooi liefst vijf treffers. Japan, Slowakije, Brazilië (2 keer) en Uruguay vielen destijds ten prooi. Op het WK van 2014 onder Louis van Gaal was zijn rol anders, maar toch was hij van enorme waarde. In de laatste zestien werd Nederland gekoppeld aan Mexico, waar Guillermo Ochoa 88 minuten lang een plaag vormde voor de Nederlandse aanval. Nederland stond op de drempel van uitschakeling, tot Sneijder twee minuten voor tijd met een kiezelharde uithaal voor de 1-1 zorgde.


