1. Frans de Munck (1950-54) - 109 duels
De eerste Nederlander in dienst van FC Köln, wilde zijn carrière eigenlijk voortzetten bij Ajax. Frans de Munck was in de jaren vijftig en begin jaren zestig een van de beste doelmannen in Nederland. Hij keepte bij VV Goes en Sittardse Boys en had door zijn zwarte haren, zwarte keeperstenue en katachtige reflexen de bijnaam 'de zwarte panter' verworven. Ook wordt hij in die tijd international van het Nederlands elftal. Vanaf 1947 probeert de doelman echter over te stappen naar Ajax. De Amsterdammers hebben een doelman nodig omdat Gerrit Keizer was gearresteerd op verdenking van deviezensmokkel. Een jaar later trok De Munck zijn overschrijving weer terug en ging weer spelen bij Sittardse Boys. Een jaar later wilde hij opnieuw naar Ajax overstappen, maar liet de KNVB het niet toe. In mei 1950 plaatste de bond hem op de beroepslijst vanwege 'overtreding van de amateurbepalingen'. Even later vertrok De Munck naar Duitsland, waar hij vier jaar lang het doel van FC Köln bewaakte. Die club kwam toen hoofdzakelijk uit in de Oberliga West. Destijds was dat, samen met andere regionale Oberliga's het hoogste niveau van Duitsland. In zijn tijd bij Köln scoorde hij overigens ook twee doelpunten uit strafschoppen.
De Munck was populair in Duitsland. Köln presteerde goed met hem in het doel en in zijn laatste contractjaar werd de doelman kampioen van de westerlijke Oberliga. Het algehele Duitse kampioenschap ging wel aan zijn neus voorbij. In Duitsland was hij zelfs zo populair dat hij in 1953 een rol speelde in de Duitse speelfilm 'Das Ideale Brautpaar'. In 1956 keerde De Munck terug op de Nederlandse velden, bij Fortuna '54. Met die club won hij dat seizoen ten koste van Feyenoord de KNVB Beker. Later trok hij naar DOS, waar hij in 1957/58 als 35-jarige routinier kampioen werd van de Eredivisie.
2. Bart Carlier (1952-53) - 8 duels
Frans de Munck werd in 1952/53 vergezeld met landgenoot Bart Carlier. Carlier was een linksbuiten die afkomstig was van VVV-Venlo. Daar maakte hij als zeventienjarige in 1947 zijn debuut in het eerste elftal. De linkspoot speelde maar acht duels voor Köln, maar was wel acht keer trefzeker. Sportfreunde Katernberg, STV Horst-Emscher, opnieuw Katernberg, Borussia Mönchengladbach en Bayer Leverkusen moesten geloven aan de scoringsdrift van de aanvaller. Na een seizoen verruilde hij Köln echter voor FK Pirmasens, uitkomend in de Oberliga Südwest. Ook daar hield hij het slechts een jaar vol. Via RC Strasbourg trok hij in 1955 naar Fortuna '54, waar hij later met De Munck de beker wint. Carlier speelt drie jaar in Sittard, wordt vijfvoudig international van Nederland en trekt naar AS Monaco. Dat blijkt zijn meest succesvolle periode in zijn loopbaan. Hij speelt er 168 officiële duels, scoort 36 keer, wordt twee keer landskampioen, wint twee keer de beker en een keer de Franse Supercup. Na zes jaar in Monaco keert hij in 1964 weer terug bij Fortuna '54, waar hij zijn carrière afsluit.
3. Michel van de Korput (1985-1987) - 39 duels
In 1985 komt Michel van de Korput naar FC Köln. De libero speelde tot dan toe in zijn carrière voor Feyenoord, Torino en opnieuw Feyenoord. Met de Rotterdammers won hij twee keer de beker en in 1984 het landskampioenschap. Hij zat in een team met Ruud Gullit en Johan Cruijff. In 1985 vond hij het tijd voor zijn tweede buitenlandse avontuur. De drie eerdere jaren in Turijn waren hem bevallen. Daar verovert hij aanvankelijk een basisplaats. Hij speelt nagenoeg alles in de Bundesliga en UEFA Cup. In het Europese toernooi scoort hij bovendien zijn enige doelpunt voor Effzeh. In de heenwedstrijd van de tweede ronde scoort hij de 3-0 tegen Bohemians Praag (4-0 zege). Aan het einde van zijn eerste seizoen raakt Van de Korput zijn basisplaats door een langdurige achillespeesblessure echter kwijt. Dat betekent eigenlijk het einde van zijn carrière bij FC Köln. In januari 1987 trekt hij naar Germinal Ekeren.
4. Anthony Lurling (2005-2007) - 12 duels
Anthony Lurling speelde van 2002 tot 2005 voor Feyenoord, maar raakte bij de Rotterdammers uit de gratie. De aanvaller was er niet bepaald populair en werd in 2004/05 al verhuurd aan NAC Breda. In de zomer van 2005 biedt FC Köln uitkomst voor alle partijen. Lurling en Feyenoor worden verlost van elkaar, maar in Keulen heeft Lurling aanpassingsproblemen. Al in de winterstop wordt hij verhuurd aan RKC Waalwijk voor de rest van het seizoen. In 2006/07 wordt hij door Köln wederom verhuurd, maar ditmaal aan FC Den Bosch. In de zomer van 2007 maakt Lurling de definitieve overstap naar NAC. Voor de Duitsers speelt hij slechts twaalf duels.
5. Kingsley Ehizibue (2019-2022) - 76 duels
Kingsley Ehizibue speelt jarenlang in de Eredivisie voor PEC Zwolle alvorens hij in 2019 overstapt naar FC Köln. Die club was aan het eind van het vorige seizoen gepromoveerd naar de Bundesliga. De rechtsback werd direct een vaste waarde voor de ploeg. In zijn eerste seizoen miste hij slechts drie competitiewedstrijden. Op 2 februari 2020 scoorde hij zijn eerste en enige doelpunt voor Effzeh in een 4-0 zege op SC Freiburg. Met Ehizibue in de basis werd handhaving bewerkstelligd. Daarvoor moest het wel eerst afrekenen met 2. Bundesliga-team Holstein Kiel. Het heenduel in Keulen werd door de back gemist en een drama dreigde, daar Kiel met 0-1 wist te winnen. Het uitduel werd echter een prooi voor FC Köln (1-5). Bij de terugwedstrijd stond Ehizibue wel in de basis. In zijn laatste seizoen eindigt de club op een knappe zevende plaats, een plek die recht geeft tot Conference League-voetbal. Het hoofdtoernooi maakt Ehizibue daarna niet meer mee, daar hij overstapt naar Udinese.
6. Rav van den Berg (2025-) - 14 duels
Mocht Dallinga de stap naar Keulen maken, komt hij in de selectie van René Wagner landgenoot Rav van den Berg tegen. De centrumverdediger uit Zwolle speelt sinds de zomer van 2025 voor de Bundesliga-club. Daarvoor kwam hij twee seizoenen uit voor Middlesbrough, waar hij in de Championship vaak kon rekenen op een basisplaats. Het jongere broertje van Sepp van den Berg kende een lastig debuutseizoen in Duitsland. Van den Berg begon in de basis, maar raakte in speelronde vier geblesseerd. Na zijn blessure keerde hij weer snel terug in de basis, maar tegen het eind van de competitie was hij uit het elftal verdwenen. Zijn laatste minuten maakte hij op 5 april 2026, terwijl hij in de volgende wedstrijden wel altijd bij de selectie zat.


